Art. 112 Verordening (EU) 2018/1046, Soorten vastleggingen in de begroting
1. Vastleggingen in de begroting vallen onder een van de volgende categorieën:
a) individueel: wanneer de ontvanger en het bedrag van de uitgave bepaald zijn;
b) globaal: wanneer ten minste een van de elementen die nodig zijn voor de identificatie van de individuele vastlegging, niet is bepaald;
c) voorlopig: voor de uitgaven van dagelijks beheer van het ELGF als bedoeld in artikel 11, lid 2, en de lopende uitgaven van administratieve aard waarvan hetzij het bedrag, hetzij de eindbegunstigden niet definitief zijn bepaald.
Niettegenstaande de eerste alinea, onder c), kunnen lopende uitgaven van administratieve aard van delegaties van de Unie en vertegenwoordigingen van de Unie kunnen ook door voorlopige vastleggingen in de begroting worden gedekt wanneer het bedrag en de eindbegunstigde wel bepaald zijn.
2. Vastleggingen in de begroting voor acties waarvan de tenuitvoerlegging zich over meer dan een begrotingsjaar uitstrekt, mogen slechts in jaartranches worden verdeeld wanneer de basishandeling daarin voorziet, of wanneer zij betrekking hebben op administratieve uitgaven.
3. De globale vastlegging in de begroting wordt verricht op grond van een financieringsbesluit.
Deze globale vastlegging in de begroting geschiedt uiterlijk vóór het besluit inzake de ontvangers en de bedragen en, wanneer de besteding van de betrokken kredieten een werkprogramma vereist, ten vroegste na de goedkeuring van dat programma.
4. Een globale vastlegging in de begroting wordt uitgevoerd ofwel door het sluiten van een financieringsovereenkomst waarin is bepaald dat later een of verscheidene juridische verbintenissen worden aangegaan, ofwel door het aangaan van een of verscheidene juridische verbintenissen.
De financieringsovereenkomsten op het gebied van rechtstreekse financiële bijstand aan derde landen, met inbegrip van begrotingssteun, die juridische verbintenissen vormen, kunnen aanleiding geven tot betalingen zonder het aangaan van andere juridische verbintenissen.
Lid 3, tweede alinea, is niet van toepassing in het geval waarin de globale vastlegging in de begroting wordt uitgevoerd door de sluiting van een financieringsovereenkomst.
5. Elke individuele juridische verbintenis die is aangegaan ingevolge een globale vastlegging in de begroting wordt, vóór ondertekening, door de bevoegde ordonnateur in de centrale begrotingsboekhouding ingeschreven ten laste van de globale vastlegging in de begroting.
6. Voorlopige vastleggingen in de begroting worden uitgevoerd door het aangaan van een of meer juridische verbintenissen die recht geven op latere betalingen. In gevallen die verband houden met de uitgaven voor personeelsbeheer, uitgaven voor leden of voormalige leden van een instelling van de Unie of de uitgaven voor communicatie van de instellingen over evenementen van de Unie of in de in punt 14.5 van bijlage I bedoelde gevallen, mogen deze vastleggingen rechtstreeks zonder aangaan van eerdere juridische verbintenissen door betalingen worden uitgevoerd.