Art. 111 Verordening (EU) 2018/1046, Uitgaven

Verordening (EU) 2018/1046

1. Elke uitgave is voorwerp van een vastlegging, een betaalbaarstelling, een betalingsopdracht en een betaling.

Aan het einde van de in artikel 114 bedoelde termijnen wordt het niet-gebruikte saldo van de vastleggingen in de begroting vrijgemaakt.

Bij het uitvoeren van verrichtingen vergewist de bevoegde ordonnateur zich ervan dat de uitgaven in overeenstemming zijn met de bepalingen van de Verdragen, de begroting, deze verordening en andere handelingen die zijn vastgesteld uit hoofde van de Verdragen, alsmede met het beginsel van goed financieel beheer.

2. De vastleggingen in de begroting en de juridische verbintenissen worden door dezelfde ordonnateur gedaan respectievelijk aangegaan, behoudens in naar behoren gemotiveerde gevallen. Met name op het gebied van crisisbeheersingssteun en humanitaire hulp kunnen juridische verbintenissen worden aangegaan door de hoofden van de delegaties van de Unie of, in hun afwezigheid, door de adjunct-hoofden, in opdracht van de bevoegde ordonnateur van de Commissie, die echter volledig verantwoordelijk blijft voor de onderliggende verrichting. Het personeel van de Commissie dat actief is op het gebied van crisisbeheersingssteun en humanitaire hulp kan juridische verbintenissen tekenen in verband met verrichte betalingen uit gelden ter goede rekening voor een bedrag van niet meer dan 2 500 EUR.

De bevoegde ordonnateur verricht een vastlegging in de begroting alvorens een juridische verbintenis met derden te sluiten of middelen over te schrijven naar een trustfonds van de Unie als bedoeld in artikel 234.

De tweede alinea van dit lid is niet van toepassing op:

a) juridische verbintenissen die worden aangegaan nadat in het kader van een bedrijfscontinuïteitsplan een crisissituatie is uitgeroepen, overeenkomstig de procedures die door de Commissie of enige andere instelling van de Unie zijn vastgesteld uit hoofde van haar administratieve autonomie;

b) operaties op het gebied van humanitaire hulp, civiele bescherming en crisisbeheersingssteun, wanneer het voor een efficiënte interventie van de Unie vereist is onmiddellijk een juridische verbintenis met derden te sluiten en wanneer het niet mogelijk is eerder de individuele vastlegging in de begroting te verrichten.

In de gevallen bedoeld in de derde alinea, onder b), wordt de begroting onverwijld na het aangaan van een juridische verbintenis met derden vastgelegd.

3. De bevoegde ordonnateur stelt een uitgave betaalbaar door te aanvaarden dat deze ten laste van de begroting wordt gebracht, na de bewijsstukken te hebben gecontroleerd waaruit de rechten van de crediteur blijken overeenkomstig de voorwaarden in de juridische verbintenis, wanneer deze bestaat. Daartoe doet de ordonnateur het volgende:

a) het bestaan van de rechten van de crediteur verifiëren;

b) het bestaan of het bedrag van de schuldvordering vaststellen of verifiëren door middel van de vermelding „voor conform”;

c) de opeisbaarheid van de schuldvordering verifiëren.

Niettegenstaande de eerste alinea is de betaalbaarstelling van uitgaven ook van toepassing op tussentijdse en eindverslagen die geen verband houden met een betalingsverzoek in welk geval de gevolgen voor het boekhoudsysteem zijn beperkt tot de algemene boekhouding.

4. Het besluit tot betaalbaarstelling wordt uitgedrukt door middel van een elektronisch beveiligde handtekening overeenkomstig artikel 146 door de bevoegde ordonnateur, of door een personeelslid dat technisch bevoegd en naar behoren gemachtigd is door een formeel besluit van de bevoegde ordonnateur, of, bij wijze van uitzondering, op papier in de vorm van een stempel met daarin die handtekening.

Met de vermelding „voor conform verklaard” door de bevoegde ordonnateur of een technisch bevoegd personeelslid dat door de bevoegde ordonnateur naar behoren is gemachtigd, verklaart de bevoegde ordonnateur:

a) voor voorfinanciering: dat aan de in de juridische verbintenis gestelde voorwaarden voor de betaling van de voorfinanciering is voldaan;

b) voor tussentijdse betalingen en saldobetalingen bij overeenkomsten: dat de diensten waarin de overeenkomst voorziet, naar behoren zijn verstrekt, de goederen naar behoren zijn geleverd of dat het werk naar behoren is uitgevoerd;

c) voor tussentijdse en saldobetalingen bij subsidies: dat de actie of het door de begunstigde uitgevoerde werkprogramma op alle punten in overeenstemming is met de subsidieovereenkomst, en dat, in voorkomend geval, de door de begunstigde gedeclareerde kosten subsidiabel zijn.

In het geval bedoeld in de tweede alinea, onder c), worden kostenramingen niet geacht te voldoen aan de subsidiabiliteitsvoorwaarden van artikel 186, lid 3. Hetzelfde beginsel is ook van toepassing op de tussentijdse en eindverslagen die geen verband houden met een verzoek om betaling.

5. Om opdracht te geven tot de betaling draagt de bevoegde ordonnateur, nadat hij heeft geverifieerd of de kredieten beschikbaar zijn, de rekenplichtige door middel van een betalingsopdracht op het bedrag van de betaalbaar gestelde uitgaven te betalen.

Wanneer periodieke betalingen worden gedaan met betrekking tot verleende diensten, inclusief verhuurdiensten, of geleverde goederen kan de ordonnateur, afhankelijk van de risicoanalyse die hij maakt, opdracht geven tot de uitvoering van automatische incasso’s uit gelden ter goede rekening. De uitvoering van automatische incasso’s kan ook opgedragen indien dat specifiek is toegestaan door de ordonnateur overeenkomstig artikel 86, lid 3.

Vorige artikelen

Volgende artikelen