Art. 108 Verordening (EU) 2018/1046, Inning van boeten, andere dwangsommen of sancties opgelegd door instellingen van de Unie
1. Wanneer bij het Hof van Justitie van de Europese Unie beroep is ingesteld tegen een besluit van een instelling van de Unie waarbij krachtens het VWEU of het Euratom-Verdrag een boete, andere dwangsom of sanctie is opgelegd, stort de debiteur, zolang niet alle rechtsmiddelen zijn uitgeput, de betrokken bedragen voorlopig op de door de rekenplichtige van de Commissie aangewezen bankrekening of stelt hij een financiële garantie die voor de rekenplichtige van de Commissie aanvaardbaar is. De garantie staat los van de verplichting tot betaling van de boete, andere dwangsom of sanctie en is op verzoek opeisbaar. Zij dekt de vordering voor de hoofdsom en de in artikel 99, lid 4, bedoelde verschuldigde rente.
2. De Commissie waarborgt de veiligheid en de liquiditeit van de voorlopig geïnde bedragen, en streeft daarbij tegelijkertijd naar een positief rendement, door deze bedragen in financiële activa te beleggen.
3. Nadat alle rechtsmiddelen zijn uitgeput en de boete, andere dwangsom of sanctie is bevestigd door het Hof van Justitie van de Europese Unie, of wanneer het besluit waarbij een dergelijke boete, andere dwangsom of sanctie is opgelegd, niet meer het voorwerp van beroep kunnen worden bij het Hof van Justitie van de Europese Unie, wordt één van de volgende maatregelen genomen:
a) de voorlopig geïnde bedragen en het rendement daarvan overeenkomstig artikel 107, lid 2, worden in de begroting opgenomen;
b) indien een financiële garantie is gesteld, wordt deze aangesproken en worden de overeenkomstige bedragen in de begroting opgenomen.
Wanneer het bedrag van de boete, andere dwangsom of sanctie door het Hof van Justitie van de Europese Unie is verhoogd, zijn de punten a) en b) van de eerste alinea van dit lid van toepassing tot de bedragen in het oorspronkelijke besluit van de instelling van de Unie of, in voorkomend geval, tot het in een eerder arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie in dezelfde zaak vastgesteld bedrag. De rekenplichtige van de Commissie int het bedrag van de verhoging en de in artikel 99, lid 4, bedoelde verschuldigde rente, die in de begroting worden opgenomen.
4. Nadat alle juridische verweermiddelen zijn uitgeput en de boete, andere dwangsom of sanctie nietig is verklaard of het bedrag is verlaagd, wordt één van de volgende maatregelen genomen:
a) de voorlopig geïnde bedragen, of in geval van een verlaging, het desbetreffende deel daarvan, worden met inbegrip van het eventuele rendement, terugbetaald aan de betrokken derde, of
b) een eventuele financiële garantie wordt naar evenredigheid vrijgegeven.
In de in de eerste alinea, onder a), bedoelde gevallen, wanneer het totale rendement op het voorlopig geïnde bedrag negatief is, het geleden verlies afgetrokken van het terug te betalen bedrag.