Art. 105 Verordening (EU) 2018/1046, Verjaringstermijn
1. Onverminderd de bijzondere verordeningen en de toepassing van Besluit 2014/335/EU, Euratom geldt voor vorderingen van de Unie op derden en vorderingen van derden op de Unie een verjaringstermijn van vijf jaar.
2. De verjaringstermijn voor schuldvorderingen van de Unie op derden begint te lopen bij het verstrijken van de in artikel 98, lid 4, eerste alinea, onder b), bedoelde termijn.
De verjaringstermijn voor schuldvorderingen van derden op de Unie begint te lopen op de datum waarop de schuldvordering van de betrokken derde krachtens de onderliggende juridische verbintenis opeisbaar is.
3. De verjaringstermijn voor schuldvorderingen van de Unie op derden wordt geschorst door elke handeling van een instelling van de Unie of van een door een op verzoek van een instelling van de Unie handelende lidstaat, waarvan aan de derde kennis is gegeven en die strekt tot inning van de schuld.
De verjaringstermijn voor schuldvorderingen van derden op de Unie wordt geschorst door elke handeling waarvan door haar crediteur of namens haar crediteuren aan de Unie kennis is gegeven en die strekt tot inning van de schuld.
4. Een nieuwe verjaringstermijn van vijf jaar begint te lopen op de dag volgend op die van de in lid 3 bedoelde schorsingen.
5. Rechtsvorderingen betreffende de in lid 2 bedoelde schuldvorderingen, met inbegrip van rechtsvorderingen waarbij de rechter zich uiteindelijk onbevoegd verklaart, schorsen de verjaringstermijn. Een nieuwe verjaringstermijn van vijf jaar begint pas te lopen na een in kracht van gewijsde gegane rechterlijke beslissing of na een buitengerechtelijke schikking tussen de partijen over dezelfde vordering.
6. Wanneer de rekenplichtige de debiteur overeenkomstig artikel 104 een aanvullende betalingstermijn toestaat, wordt dit als een schorsing van de verjaringstermijn beschouwd. Een nieuwe verjaringstermijn van vijf jaar gaat in op de dag volgende op die waarop de aanvullende betalingstermijn verstrijkt.
7. Na het verstrijken van de in de leden 2 tot en met 6 bepaalde verjaringstermijn worden de schuldvorderingen van de Unie niet meer geïnd.