Art. 7 Verordening (EU) 2017/2403, Beheer van vismachtigingen
1. Bij de aanvraag van een vismachtiging verstrekt de exploitant de vlaggenlidstaat volledige en accurate gegevens.
2. De exploitant stelt de vlaggenlidstaat onmiddellijk in kennis van elke wijziging van de betreffende gegevens.
3. De vlaggenlidstaat monitort regelmatig of de voorwaarden op grond waarvan een vismachtiging is afgegeven, vervuld blijven tijdens de geldigheidsduur van die machtiging.
4. Indien uit het definitieve resultaat van de in lid 3 bedoelde monitoringactiviteiten blijkt dat er aanwijzingen zijn dat de voorwaarden voor afgifte van een vismachtiging niet langer zijn vervuld, neemt de vlaggenlidstaat passende maatregelen, waaronder het wijzigen of intrekken van de machtiging, en indien nodig het opleggen van sancties. De door de vlaggenlidstaten bij inbreuken opgelegde sancties zijn voldoende streng om een daadwerkelijke naleving van de regels te garanderen, inbreuken te voorkomen en overtreders de uit hun inbreuken voortvloeiende voordelen te ontnemen. De vlaggenlidstaat stelt de exploitant en de Commissie onmiddellijk van de sancties in kennis. De Commissie stelt in voorkomend geval het secretariaat van de ROVB of het betrokken derde land in kennis.
5. Op met redenen omkleed verzoek van de Commissie neemt een vlaggenlidstaat, bij inbreuken op de instandhoudings- en beheersmaatregelen voor de biologische rijkdommen van de zee die zijn vastgesteld in een ROVB waarbij de Unie verdrag- of overeenkomstsluitende partij is, of op grond van een PODV, passende maatregelen als bedoeld in lid 4.
6. Wanneer de Unie verdrag- of overeenkomstsluitende partij is bij een ROVB en een Unievissersvaartuig volgens het door de ROVB erkende definitieve controleverslag niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 21, onder b), en de vlaggenlidstaat vervolgens nalaat de in lid 4 van dit artikel bedoelde passende maatregelen te nemen, kan de Commissie bij besluit eisen dat de betrokken vlaggenlidstaat ervoor zorgt dat het betrokken Unievissersvaartuig aan deze voorwaarden voldoet.
Wanneer de betrokken vlaggenlidstaat geen passende maatregelen heeft genomen om binnen 15 dagen aan het in de eerste alinea genoemd besluit van de Commissie te voldoen, zendt de Commissie de geactualiseerde gegevens van de in artikel 22 bedoelde vissersvaartuigen toe aan het secretariaat van de ROVB teneinde tegen het betrokken vaartuig op te treden. De Commissie deelt de vlaggenlidstaat haar maatregelen mee. De vlaggenlidstaat stelt de exploitant in kennis van de maatregelen van de Commissie.
7. Wanneer de Unie een PODV met een derde land heeft gesloten en een Unievissersvaartuig volgens het door het door de ROVB erkende definitieve controleverslag niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 10, onder b), en de vlaggenlidstaat vervolgens nalaat de in lid 4 van dit artikel bedoelde passende maatregelen te nemen, kan de Commissie bij besluit eisen dat de betrokken vlaggenlidstaat ervoor zorgt dat het betrokken Unievissersvaartuig aan deze voorwaarden voldoet.
Wanneer de betrokken vlaggenlidstaat geen passende maatregelen heeft genomen om binnen 15 dagen aan het in de eerste alinea genoemd besluit van de Commissie te voldoen, zendt de Commissie de geactualiseerde gegevens van de vissersvaartuigen toe aan het derde land, teneinde tegen het betrokken Unievissersvaartuig op te treden. De Commissie deelt de vlaggenlidstaat haar maatregelen mee. De vlaggenlidstaat stelt de exploitant in kennis van de maatregelen van de Commissie.