Art. 11 Verordening (EU) 2017/2403, Procedure voor het verkrijgen van vismachtigingen van het derde land

Verordening (EU) 2017/2403

1. Voor de toepassing van artikel 10, onder d), zendt een vlaggenlidstaat die heeft vastgesteld dat is voldaan aan de voorwaarden van artikel 10, onder a) tot en met c), de Commissie de betreffende aanvraag voor de machtiging van het derde land toe.

2. De in lid 1 bedoelde aanvraag bevat de in het kader van de PODV vereiste informatie.

3. Ten minste tien kalenderdagen vóór de in de PODV vastgestelde uiterste datum voor de verzending van aanvragen zendt de vlaggenlidstaat de aanvraag aan de Commissie toe. De Commissie kan de vlaggenlidstaat een naar behoren gemotiveerd verzoek toezenden om alle aanvullende informatie te ontvangen die zij noodzakelijk acht om de voorwaarden te verifiëren.

4. Vanaf de ontvangst van de aanvraag, of indien er op grond van lid 3 van dit artikel om aanvullende informatie is verzocht, voert de Commissie een voorlopig onderzoek uit om te bepalen of de voorwaarden van artikel 10, onder a) tot en met c), zijn vervuld. De Commissie handelt daarna als volgt:

a) zij zendt de aanvraag onverwijld aan het derde land toe, en in elk geval vóór het verstrijken van de in de PODV vastgestelde uiterste datum voor de verzending van aanvragen, voor zover de in lid 3 van dit artikel vastgelegde uiterste datum in acht is genomen, of

b) zij stelt de lidstaat ervan in kennis dat de aanvraag is afgewezen.

5. Indien een derde land de Commissie meedeelt dat het heeft besloten een vismachtiging voor een Unievissersvaartuig in het kader van de overeenkomst af te geven, te weigeren, te schorsen of in te trekken, stelt de Commissie de vlaggenlidstaat daarvan onmiddellijk en indien mogelijk langs elektronische weg in kennis.

Uitspraken die dit artikel aanhalen

Vorige artikelen

Volgende artikelen