Art. 5 Verordening (EU) 2017/2403, Machtigingscriteria

Verordening (EU) 2017/2403

1. Een vlaggenlidstaat mag enkel een vismachtiging voor visserijactiviteiten buiten de wateren van de Unie afgeven indien:

a) de vlaggenlidstaat volledige en accurate informatie heeft ontvangen, overeenkomstig de voorschriften van de bijlage of de betrokken PODV of ROVB, over het vissersvaartuig en het (de) bijbehorende ondersteuningsvaartuig(en), met inbegrip van niet-uniale ondersteuningsvaartuigen;

b) het vissersvaartuig beschikt over een geldige visvergunning uit hoofde van artikel 6 van de controleverordening;

c) het vissersvaartuig en elk bijbehorend ondersteuningsvaartuig, voor zover het Unierecht dat vereist, de geldende regeling inzake scheepsidentificatienummers van de IMO toepast;

d) het vissersvaartuig niet is opgenomen op een door een ROVB en/of de Unie krachtens de IOO-verordening vastgestelde lijst van IOO-vaartuigen;

e) in voorkomend geval, in het kader van de betrokken visserijovereenkomst of de betreffende bepalingen van de ROVB vangstmogelijkheden beschikbaar zijn voor de vlaggenlidstaat, en

f) in voorkomend geval, het vissersvaartuig voldoet aan de voorschriften van artikel 6.

2. De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 44 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de bijlage, teneinde te zorgen voor passend toezicht op de activiteiten van vissersvaartuigen uit hoofde van deze verordening, met name door middel van nieuwe gegevensvereisten naar aanleiding van visserijovereenkomsten of de ontwikkeling van informatietechnologieën.

Vorige artikelen

Volgende artikelen