Art. 3 Verordening (EU) 2017/2403, Definities
1. Voor de toepassing van deze verordening gelden de definities die zijn vastgesteld in artikel 4 van de basisverordening en in artikel 2, punten 1 tot en met 4, 15, 16 en 22, van de IOO-verordening, tenzij anders bepaald in deze verordening.
2. Voorts gelden voor de toepassing van deze verordening de volgende definities:
a) „ondersteuningsvaartuig”: een vaartuig dat geen aan boord gehouden sloep is en dat niet is uitgerust met voor het vangen of aantrekken van vis ontworpen operationeel vistuig en dat visserijactiviteiten faciliteert, begeleidt of voorbereidt;
b) „vismachtiging”: ten aanzien van een Unievissersvaartuig, een machtiging:
— in de zin van punt 10 van artikel 4 van de controleverordening
— die wordt afgegeven door een derde land en die een Unievissersvaartuig het recht geeft onder bepaalde voorwaarden, tijdens een bepaalde periode, in een bepaald gebied of voor een bepaalde soort visserij, specifieke visserijactiviteiten te verrichten in de wateren die onder de soevereiniteit of jurisdictie van dat derde land vallen,
en, ten aanzien van een vissersvaartuig van een derde land, een machtiging die dat vaartuig het recht geeft tijdens een bepaalde periode, in een bepaald gebied of voor een bepaalde soort visserij, onder bepaalde voorwaarden, specifieke visserijactiviteiten te verrichten in wateren van de Unie;
c) „rechtstreekse machtiging”: een vismachtiging die buiten het kader van een PODV of van een overeenkomst over de uitwisseling van vangstmogelijkheden en gezamenlijk beheer van soorten van gemeenschappelijk belang, door een bevoegde autoriteit van een derde land wordt afgegeven aan een Unievissersvaartuig;
d) „wateren van derde landen”: wateren onder de soevereiniteit of jurisdictie van een derde land. Voor de toepassing van deze verordening worden de wateren van een lidstaat die geen wateren van de Unie zijn, beschouwd als wateren van derde landen;
e) „waarnemersprogramma”: een regeling onder auspiciën van een ROVB, een PODV, een derde land of een lidstaat, die voorziet in de aanwezigheid van waarnemers aan boord van vissersvaartuigen, onder meer, indien dat in de toepasselijke waarnemersregeling is bepaald, om te verifiëren of het vaartuig aan de door die ROVB of door dat derde land, of op grond van die PODV, vastgestelde voorschriften voldoet;
f) „charteren”: een regeling waarbij een vissersvaartuig dat de vlag van een lidstaat voert voor een bepaalde periode een verbintenis met een exploitant in hetzij een andere lidstaat, hetzij een derde land aangaat zonder van vlag te veranderen;
g) „visserijactiviteiten”: alle activiteiten in verband met het zoeken naar vis, het te water laten, slepen en binnenhalen van actief vistuig, het te water laten, uitzetten, verwijderen of verplaatsen van passief vistuig, en het verwijderen van de vangst uit het vistuig, het bewaarnet of uit een transportkooi naar een mest- of een kweekkooi.