Art. 56 Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/891, Gemeenschappelijke prestatie-indicatoren

Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/891

1. De operationele programma's en de nationale strategieën worden gemonitord en geëvalueerd om na te gaan in hoever en hoe efficiënt en doeltreffend vooruitgang wordt geboekt bij de verwezenlijking van de doelen van de operationele programma's.

2. Vooruitgang, efficiëntie en doeltreffendheid worden beoordeeld aan de hand van een in bijlage II bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/892 opgenomen lijst van gemeenschappelijke prestatie-indicatoren die betrekking hebben op de uitgangssituatie, de input (financiële uitvoering), de output, de resultaten en de impact van de uitgevoerde operationele programma's.

3. De lidstaten mogen in hun nationale strategie aanvullende indicatoren opnemen.

Vorige artikelen

Volgende artikelen