Art. 61 Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/891, Sanctie voor niet-subsidiabele bedragen

Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/891

1. De betalingen worden berekend op basis van subsidiabele acties.

2. De lidstaat onderzoekt de steunaanvraag en bepaalt de subsidiabele bedragen. Hij bepaalt het bedrag dat:

a) louter op basis van de aanvraag aan de begunstigde zou moeten worden betaald;

b) op basis van het onderzoek van de subsidiabiliteit van de aanvraag aan de begunstigde moet worden betaald.

3. Indien het in lid 2, onder a), bedoelde bedrag meer dan 3 % hoger is dan het in lid 2, onder b), bedoelde bedrag, wordt een sanctie toegepast. Het sanctiebedrag komt overeen met het verschil tussen de in lid 2, onder a) en b), bedoelde bedragen. Indien de producentenorganisatie kan aantonen dat zij niet verantwoordelijk is voor de opname van het niet-subsidiabele bedrag, wordt evenwel geen sanctie toegepast.

4. De leden 2 en 3 zijn van overeenkomstige toepassing op niet-subsidiabele uitgaven die tijdens de controles ter plaatse of daaropvolgende controles aan het licht komen.

5. Indien de waarde van de afgezette productie vóór de indiening van de steunaanvraag wordt opgegeven en gecontroleerd, worden de opgegeven en goedgekeurde waarden gebruikt om de in lid 2, onder a) en b), bedoelde bedragen te bepalen.

6. Wanneer aan het einde van het operationele programma niet is voldaan aan de voorwaarden van artikel 33, lid 5, onder b), van Verordening (EU) nr. 1308/2013, wordt het totale bijstandsbedrag voor het laatste jaar van het operationele programma verlaagd naar evenredigheid van het bedrag aan uitgaven dat niet aan milieuacties is besteed.

Vorige artikelen

Volgende artikelen