Art. 60 Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/891, Fraude
Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/891
1. De lidstaten schorten betalingen aan of de erkenning van een producentenorganisatie of unie van producentenorganisaties waartegen een nationale dienst een onderzoek heeft ingesteld in verband met een beschuldiging van fraude die betrekking heeft op steun in het kader van Verordening (EU) nr. 1308/2013, op totdat de zaak is afgerond.
2. Indien een producentenorganisatie of unie van producentenorganisaties aantoonbaar fraude heeft gepleegd die betrekking heeft op steun in het kader van Verordening (EU) nr. 1308/2013, gaat de lidstaat, onverminderd andere sancties die op grond van de nationale en Uniewetgeving van toepassing zijn, over tot:
a) intrekking van de erkenning van die organisatie of unie;
b) uitsluiting van de betrokken acties van bijstandsverlening in het kader van het betrokken operationele programma, en terugvordering van eventueel reeds voor die acties betaalde steun, en
c) uitsluiting van die organisatie of unie van erkenning in het daaropvolgende jaar.