Art. 8, Algemene voorwaarden voor vismachtigingsaanvragen
1. Elke aanvraag voor een vismachtiging gaat vergezeld van een gedetailleerde beschrijving van het gebied waar het vissersvaartuig voornemens is visserijactiviteiten te verrichten, van het type vistuig, van de diepte waarop de activiteiten worden verricht, van de voorgenomen frequentie en duur van de visserijactiviteit, en van de namen van de betrokken diepzeesoorten.
2. Machtigingen voor gerichte visserij worden enkel afgegeven voor visserijactiviteiten in de bestaande diepzeevisserijgebieden.
3. In afwijking van lid 2 van dit artikel, en in afwachting van de bepaling van de bestaande diepzeevisserijgebieden overeenkomstig artikel 7, kunnen machtigingen voor gerichte visserij worden afgegeven op voorwaarde dat het vaartuig heeft aangetoond dat het gedurende ten minste drie jaar vóór de indiening van de aanvraag voor een vismachtiging visserijactiviteiten in het diepzeemetier heeft uitgevoerd. Een dergelijke vismachtiging mag slechts worden afgegeven met betrekking tot de plaatsen waar die eerdere visserijactiviteiten zijn uitgevoerd.
4. Er worden geen vismachtigingen afgegeven voor het vissen met bodemtrawls op een diepte van meer dan 800 meter.
5. In afwijking van lid 2 kan een lidstaat een verzoek indienen voor experimentele visserij op plaatsen die buiten de bestaande diepzeevisserijgebieden liggen. Een dergelijk verzoek gaat vergezeld van een effectbeoordeling, verricht volgens de normen in de internationale richtsnoeren voor het beheer van diepzeevisserij op volle zee van de FAO uit 2008. Wanneer een lidstaat een dergelijk verzoek indient, vermeldt hij de geraamde duur van de experimentele visserij, het geschatte aantal deelnemende vaartuigen en de capaciteit daarvan. Hij stelt verzachtende maatregelen voor om het aantreffen van VME's te voorkomen of deze systemen doeltreffend te beschermen.
6. De Commissie kan, na beoordeling van de door de lidstaten verstrekte informatie en op basis van advies van een wetenschappelijk adviesorgaan, de gevraagde experimentele visserij door middel van een uitvoeringshandeling goedkeuren. In haar goedkeuring kan de Commissie met name het volgende bepalen:
a) het gebied voor experimentele visserij;
b) het maximale aantal vaartuigen en de maximumcapaciteit;
c) de duur van die visserijactiviteiten, ten hoogste één jaar, eenmaal verlengbaar;
d) het maximumpercentage van de totaal toegestane vangst van diepzeesoorten dat in het kader van de experimentele visserij mag worden gevangen, en
e) verzachtende maatregelen die moeten worden nageleefd om VME's te beschermen.
7. Om te zorgen voor een verzameling van representatieve gegevens die adequaat zijn voor de beoordeling en het beheer van diepzeevisbestanden en van het aantreffen van VME's, is voor elke overeenkomstig lid 6 afgegeven vismachtiging de aanwezigheid van wetenschappelijke waarnemers of elektronische monitoring op afstand op het betrokken vaartuig vereist gedurende de eerste twaalf maanden van de looptijd van de vismachtiging.
8. Op verzoek van de betrokken lidstaat en op basis van de door die lidstaat verstrekte informatie kan de Commissie door middel van uitvoeringshandelingen de bepaling van het bestaande diepzeevisserijgebied aanpassen, teneinde de plaatsen van de visserijactiviteiten uit hoofde van een overeenkomstig leden 5 en 6 van dit artikel afgegeven vismachtiging, toe te voegen.