Art. 4 Verordening (EU) 2016/2336, Definities

Verordening (EU) 2016/2336

1. Voor de toepassing van deze verordening gelden de definities van artikel 4 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 en van artikel 2 van Verordening (EG) nr. 734/2008 van de Raad (11).

2. Bovendien gelden de volgende definities:

a) „ICES-gebieden”: de gebieden omschreven in Verordening (EG) nr. 218/2009 van het Europees Parlement en de Raad (12);

b) „de Cecaf-gebieden”: de gebieden omschreven in Verordening (EG) nr. 216/2009 van het Europees Parlement en de Raad (13);

c) „het gereglementeerde gebied van de NEAFC”: de wateren die onder het Verdrag inzake toekomstige multilaterale samenwerking op visserijgebied in het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan vallen en die buiten de wateren onder de visserijjurisdictie van de partijen bij dat verdrag liggen;

d) „meest kwetsbare soorten”: de in de derde kolom, „Meest kwetsbaar (x)”, van de tabel in bijlage I opgenomen diepzeesoorten;

e) „metier”: met een bepaald vistuig in een bepaald gebied op een bepaalde soort gerichte visserijactiviteiten;

f) „diepzeemetier”: een metier dat overeenkomstig artikel 5, lid 2, op diepzeesoorten is gericht;

g) „visserijcontrolecentrum”: een operationeel centrum dat door een vlaggenlidstaat is opgericht en dat beschikt over computerapparatuur en -programmatuur waarmee gegevens automatisch kunnen worden ontvangen en verwerkt en elektronisch kunnen worden doorgestuurd;

h) „aantreffen”: vangsten van indicatorsoorten voor VME's, in hoeveelheden die boven de in bijlage IV vermelde drempels liggen;

i) „onbedoelde vangst”: incidentele vangst van mariene organismen die op grond van artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 aangeland en op de quota in mindering gebracht moet worden omdat de organismen kleiner zijn dan de minimuminstandhoudingsreferentiegrootte of omdat de vangst de uit hoofde van de vangstsamenstellings- en bijvangstvoorschriften toegestane hoeveelheden overschrijdt;

j) „VME-indicatoren”: de indicatoren die zijn opgenomen in bijlage III;

k) „bestaande diepzeevisserijgebieden”: het deel van het in artikel 2, lid 1, onder a), bedoelde gebied, waarin in het verleden diepzeevisserij heeft plaatsgevonden en dat wordt bepaald in overeenstemming met artikel 7.

Vorige artikelen

Volgende artikelen