Art. 7 Verordening (EU) 2016/2336, Bestaande diepzeevisserijgebieden

Verordening (EU) 2016/2336

1. Uiterlijk op 13 juli 2017 stellen lidstaten voor de vaartuigen waarvan overeenkomstig artikel 3, lid 1, van Verordening (EG) nr. 2347/2002 een diepzeevisdocument is toegekend en voor zover het betrekking heeft op visserijactiviteiten van vaartuigen die in elk kalenderjaar meer dan 10 ton vangen, de Commissie in kennis van de plaatsen waar deze vaartuigen tijdens de referentiejaren 2009-2011 op diepzeesoorten hebben gevist; zij doen dat door middel van VMS-aangiften of, indien VMS-aangiften niet beschikbaar zijn, door middel van andere relevante en verifieerbare informatie.

2. Op basis van de uit hoofde van lid 1 verstrekte informatie, alsmede op basis van de beste beschikbare wetenschappelijke en technische informatie, bepaalt de Commissie uiterlijk op 13 januari 2018 door middel van uitvoeringshandelingen het bestaande diepzeevisserijgebied. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 18 bedoelde onderzoeksprocedure.

Vorige artikelen

Volgende artikelen