Art. 5 Verordening (EU) 2016/2336, Vismachtigingen
1. Op diepzeesoorten gerichte visserij is onderworpen aan een vismachtiging (de „machtiging voor gerichte visserij”). De machtiging voor gerichte visserij geeft aan op welke diepzeesoorten het vaartuig zich mag richten.
2. Voor de toepassing van lid 1 wordt een visserijactiviteiten uitvoerend vissersvaartuig geacht op diepzeesoorten te zijn gericht indien de vangstmededelingen (in het logboek, aanvoeraangiften, verkoopdocumenten of gelijkaardige documenten) in een bepaald kalenderjaar minstens 8 % diepzeesoorten in een bepaalde visreis bevatten.
Echter, dit is niet van toepassing op vissersvaartuigen waarvan de totale registratie van diepzeesoorten in dat kalenderjaar minder dan 10 ton bedraagt. Deze alinea geldt onverminderd lid 6.
3. Visserijactiviteiten van vissersvaartuigen die, hoewel zij zich niet richten op diepzeesoorten, deze soorten toch als bijvangst vangen, zijn onderworpen aan een vismachtiging (de „machtiging voor bijvangsten”). De machtiging voor bijvangsten geeft aan welke diepzeesoorten het vaartuig mag aantreffen als bijvangst, terwijl het zich op andere soorten richt.
4. De beide in de leden 1 en 3 van dit artikel bedoelde soorten vismachtigingen zijn duidelijk te onderscheiden in het in artikel 116 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 bedoelde elektronische gegevensbestand.
5. Vissersvaartuigen die niet in het bezit zijn van een vismachtiging uit hoofde van dit artikel, mogen diepzeesoorten niet bevissen tenzij tot een vangst van 100 kg per visreis. De hoeveelheid door dergelijke vaartuigen gevangen diepzeesoorten die de 100 kg overschrijdt, wordt niet aan boord gehouden, overgeladen of aangeland, behalve voor onbedoelde vangst van diepzeesoorten, waarvoor de aanlandingsverplichting van artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 geldt; deze vangsten worden aangeland en op de quota afgeboekt.
6. Een vissersvaartuig dat in het bezit is van een vismachtiging voor bijvangsten en dat toegang heeft tot een quotum voor de bijvangst van diepzeesoorten dat de in lid 2 van dit artikel vermelde drempel van 10 ton met niet meer dan 15 % overschrijdt, wordt niet geacht op diepzeesoorten te zijn gericht. Het vaartuig landt deze vangsten aan en boekt ze af op de quota. Onbedoelde vangst van diepzeesoorten waarvoor de aanlandingsverplichting van artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 geldt, worden aangeland en op de quota afgeboekt.
7. Deze verordening is van overeenkomstige toepassing op de afgifte van vismachtigingen aan vissersvaartuigen van derde landen krachtens Verordening (EG) nr. 1006/2008 van de Raad (14).