Art. 5 Verordening (EU) 2016/2031, Verbod op het binnenbrengen, verkeer, houden, vermeerderen of vrijlaten van EU-quarantaineorganismen
1. Er mogen geen EU-quarantaineorganismen worden binnengebracht op, in het verkeer zijn binnen, of gehouden, vermeerderd of vrijgelaten op, het grondgebied van de Unie.
2. De Commissie stelt door middel van een uitvoeringshandeling een lijst op van de plaagorganismen die met betrekking tot het grondgebied van de Unie voldoen aan de voorwaarden van artikel 3 („lijst van de EU-quarantaineorganismen”).
De lijst van de EU-quarantaineorganismen omvat de plaagorganismen die zijn opgenomen in bijlage I, deel A, en bijlage II, deel A, rubriek I, bij Richtlijn 2000/29/EG.
Plaagorganismen die inheems zijn of zich gevestigd hebben in een deel van het grondgebied van de Unie, omdat zij aldaar van nature voorkomen of omdat zij van buiten het grondgebied van de Unie zijn binnengebracht, worden op de lijst van de EU-quarantaineorganismen aangeduid als plaagorganismen waarvan bekend is dat zij op het grondgebied van de Unie aanwezig zijn.
Plaagorganismen die niet inheems zijn of zich niet hebben gevestigd in een deel van het grondgebied van de Unie, worden op de lijst van de EU-quarantaineorganismen aangeduid als plaagorganismen waarvan niet bekend is dat zij op het grondgebied van de Unie aanwezig zijn.
3. Wanneer uit een evaluatie blijkt dat een niet in de lijst van de EU-quarantaineorganismen opgenomen plaagorganisme met betrekking tot het grondgebied van de Unie aan de voorwaarden van artikel 3, voldoet of dat een in de lijst van de EU-quarantaineorganismen opgenomen plaagorganisme niet langer aan één of meer van deze voorwaarden voldoet, wijzigt de Commissie door middel van uitvoeringshandelingen de in lid 2 van dit artikel bedoelde uitvoeringshandeling dienovereenkomstig, door het betrokken plaagorganisme toe te voegen aan dan wel te schrappen uit die lijst.
De Commissie stelt die evaluatie ter beschikking van de lidstaten.
De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen de in lid 2 van dit artikel bedoelde uitvoeringshandeling ter consolidatie van wijzigingen vervangen.
4. De in de leden 2 en 3 bedoelde uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 107, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.