Art. 8 Verordening (EU) 2016/2031, EU-quarantaineorganismen die voor officiële tests, wetenschappelijke of onderwijskundige doeleinden, proefnemingen, selectiewerkzaamheden of veredeling worden gebruikt

Verordening (EU) 2016/2031

1. In afwijking van artikel 5, lid 1, kunnen de lidstaten het binnenbrengen op, het verkeer binnen, en het houden en vermeerderen op, hun grondgebied van EU-quarantaineorganismen of plaagorganismen die onderworpen zijn aan de krachtens artikel 30, lid 1, vastgestelde maatregelen, op verzoek tijdelijk toestaan voor officiële tests, wetenschappelijke of onderwijskundige doeleinden, proefnemingen, selectiewerkzaamheden of veredeling.

Toestemming voor de betrokken activiteit wordt uitsluitend verleend indien passende beperkingen gelden om ervoor te zorgen dat het binnenbrengen, het verkeer, het houden, de vermeerdering of het gebruik van het betrokken plaagorganisme niet leidt tot vestiging of verspreiding ervan op het grondgebied van de Unie, rekening houdend met de identiteit, de biologische eigenschappen en de middelen van verspreiding van het plaagorganisme, de beoogde werkzaamheden, de interactie met het milieu en andere relevante factoren in verband met het aan dat plaagorganisme verbonden risico.

2. Toestemming die op grond van lid 1 wordt verleend omvat alle volgende voorwaarden:

a) het plaagorganisme moet worden bewaard op een locatie en onder omstandigheden die:

i) door de bevoegde autoriteiten geschikt worden geacht; en

ii) in de toestemming worden vermeld;

b) de werkzaamheden in verband met het plaagorganisme moeten worden uitgevoerd in een quarantainestation of gesloten faciliteit dat of die overeenkomstig artikel 60 door de bevoegde autoriteit is aangewezen en in de toestemming wordt vermeld;

c) de werkzaamheden in verband met het plaagorganisme moeten worden uitgevoerd door personeel:

i) waarvan de wetenschappelijke en technische bekwaamheden door de bevoegde autoriteit passend worden geacht; en

ii) die in de toestemming worden vermeld;

d) het plaagorganisme moet vergezeld gaan van de toestemming wanneer het wordt binnengebracht op, in het verkeer is binnen, of gehouden of vermeerderd wordt op het grondgebied van de Unie.

3. Op grond van lid 1 verleende toestemmingen zijn begrensd wat betreft de hoeveelheid van het plaagorganisme die kan worden binnengebracht, in het verkeer zijn, of worden gehouden, vermeerderd of gebruikt en de tijdsduur die toereikend is voor de desbetreffende activiteit. De toestemmingen mogen de capaciteit van het aangewezen quarantainestation of de aangewezen gesloten faciliteit niet te boven gaan.

De toestemmingen vermelden de beperkingen die noodzakelijk zijn om het risico op vestiging en verspreiding van het betrokken EU-quarantaineorganisme of van het plaagorganisme dat onderworpen is aan de krachtens artikel 30, lid 1, vastgestelde maatregelen, op passende wijze weg te nemen.

4. De bevoegde autoriteit monitort de naleving van de in lid 2 bedoelde voorwaarden en de in lid 3 bedoelde begrenzing en beperkingen, en neemt de nodige maatregelen ingeval van niet-naleving. In voorkomend geval kan zij de in lid 1 bedoelde toestemming intrekken.

5. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 105 gedelegeerde handelingen vast te stellen die deze verordening aanvullen door de vastlegging van nadere regels betreffende:

a) de uitwisseling van informatie tussen de lidstaten en de Commissie over het binnenbrengen op, verkeer binnen, en het houden, vermeerderen en gebruik van de betrokken plaagorganismen op, het grondgebied van de Unie;

b) de procedure en de voorwaarden voor het verlenen van de in lid 1 bedoelde toestemming; en

c) de monitoring van de naleving en de te nemen maatregelen in geval van niet-naleving als bedoeld in lid 4.