Art. 9 Verordening (EU) 2016/2031, Kennisgeving van een onmiddellijke gevaar

Verordening (EU) 2016/2031

1. Wanneer een lidstaat beschikt over bewijzen waaruit blijkt dat er onmiddellijk gevaar dreigt dat een EU-quarantaineorganisme binnenkomt op het grondgebied van de Unie of een deel daarvan waar dat EU-quarantaineorganisme tot dusver nog niet aanwezig is, stelt de lidstaat de Commissie en de overige lidstaten onmiddellijk schriftelijk van dat bewijs in kennis.

2. Lid 1 is ook van toepassing op een plaagorganisme dat niet is opgenomen in de lijst van EU-quarantaineorganismen, indien:

a) het plaagorganisme onderworpen is aan de krachtens artikel 30, lid 1, vastgestelde maatregelen; of

b) de betrokken lidstaat van oordeel is dat het plaagorganisme mogelijk voldoet aan de voorwaarden voor opneming in de lijst van EU-quarantaineorganismen.

3. De professionele marktdeelnemers stellen de bevoegde autoriteiten onmiddellijk in kennis van alle bewijzen waarover zij beschikken met betrekking tot een in lid 1 bedoeld onmiddellijk gevaar door EU-quarantaineorganismen of de in lid 2, bedoelde plaagorganismen.