Art. 10 Verordening (EU) 2016/2031, Officiële bevestiging door de bevoegde autoriteiten van de aanwezigheid van een EU-quarantaineorganisme
Wanneer een bevoegde autoriteit vermoedt of het bewijs heeft ontvangen dat een EU-quarantaineorganisme of een plaagorganisme dat onderworpen is aan de krachtens artikel 30, lid 1, vastgestelde maatregelen aanwezig is op een deel van het grondgebied van de lidstaat van die bevoegde autoriteit waar dit plaagorganisme voor zover bekend tot dusver niet voorkwam, of in een zending planten, plantaardige producten of andere materialen die op het grondgebied van de Unie worden binnengebracht, bestemd zijn voor het binnenbrengen daarop, of daarbinnen in het verkeer zijn, neemt zij onmiddellijk alle maatregelen die noodzakelijk zijn om te bevestigen of het organisme aanwezig is („officieel bevestigen”).
Die officiële bevestiging gebeurt op basis van een diagnose van een officieel laboratorium dat door de bevoegde autoriteit is aangewezen overeenkomstig de voorwaarden en voorschriften van de wetgeving van de Unie betreffende officiële controles.
In afwachting van de officiële bevestiging van de aanwezigheid van het plaagorganisme stelt de betrokken lidstaat, indien passend, fytosanitaire maatregelen vast om het risico op verspreiding van het plaagorganisme weg te nemen.
Het in de eerste alinea van dit artikel bedoelde vermoeden of bewijs kan gebaseerd zijn op elke informatie die overeenkomstig de artikelen 14 en 15, of enige andere bron, is ontvangen.