Art. 1 Verordening (EU) 2016/2031, Voorwerp en toepassingsgebied
1. Bij deze verordening worden regels vastgesteld voor de bepaling van de fytosanitaire risico's op elk(e) soort, stam of biotype van ziekteverwekkende agentia, dieren of parasitaire planten die of dat schadelijk is voor planten of plantaardige producten („plaagorganismen”) alsmede maatregelen om die risico's tot een aanvaardbaar niveau terug te brengen.
2. Wanneer er bewijzen zijn dat andere niet-parasitaire planten dan die welke vallen onder artikel 4, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1143/2014 fytosanitaire risico's vormen die ernstige economische, sociale en milieugevolgen voor het grondgebied van de Unie zouden hebben, kunnen deze niet-parasitaire planten voor de toepassing van deze verordening beschouwd worden als plaagorganismen.
3. Voor de toepassing van deze verordening worden verwijzingen naar derde landen beschouwd als verwijzingen naar derde landen, Ceuta, Melilla en de in artikel 355, lid 1, VWEU genoemde gebieden, met uitzondering van Madeira en de Azoren.
Voor de toepassing van deze verordening worden verwijzingen naar het grondgebied van de Unie beschouwd als verwijzingen naar het grondgebied van de Unie zonder Ceuta, Melilla en de in artikel 355, lid 1, VWEU genoemde andere gebieden dan Madeira en de Azoren.