Art. 49 Verordening (EU) 2016/2031, Tijdelijke maatregelen betreffende planten, plantaardige producten en andere materialen die waarschijnlijk recentelijk ontdekte risico's op plaagorganismen of andere vermoede fytosanitaire risico's opleveren
1. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen tijdelijke maatregelen vaststellen met betrekking tot het binnenbrengen op en het verkeer binnen het grondgebied van de Unie van planten, plantaardige producten en andere materialen uit derde landen, indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
a) het is aannemelijk dat die planten, plantaardige producten of andere materialen recentelijk ontdekte risico's op plaagorganismen opleveren die niet voldoende worden gedekt door Uniemaatregelen en die geen verband houden met of nog niet in verband kunnen worden gebracht met EU-quarantaineorganismen of plaagorganismen die zijn onderworpen aan krachtens artikel 30, lid 1, vastgestelde maatregelen;
b) er is ontoereikende fytosanitaire ervaring, onder meer inzake nieuwe plantsoorten of routes, met betrekking tot de handel in de betrokken planten, plantaardige producten en andere materialen die afkomstig zijn uit of worden verzonden vanuit de betrokken derde landen;
c) er heeft geen beoordeling plaatsgevonden van de recentelijk ontdekte risico's van plaagorganismen die de planten, plantaardige producten of andere materialen uit de betrokken derde landen voor het grondgebied van de Unie opleveren.
Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 107, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.
2. De in lid 1 bedoelde tijdelijke maatregelen worden vastgesteld met inachtneming van deel 2 van bijlage II en bijlage IV.
Zij behelzen, naargelang het geval, een of meer van de volgende onderdelen:
a) systematisch en intensief onderzoek, bemonstering van iedere partij van op het grondgebied van de Unie binnengebrachte planten, plantaardige producten en andere materialen op de plaats waar zij worden binnengebracht, en tests van de monsters;
b) de instelling van een quarantaineperiode, binnen een quarantainestation of gesloten faciliteit zoals bedoeld in artikel 60, om na te gaan of die planten, plantaardige producten of andere materialen niet het betrokken recentelijk ontdekte risico op plaagorganismen opleveren;
c) een verbod op het binnenbrengen van die planten, plantaardige producten of andere materialen op het grondgebied van de Unie.
In de in de tweede alinea, onder a) en b), vermelde gevallen kunnen bij de in lid 1 bedoelde uitvoeringshandeling ook voorafgaand aan het binnenbrengen van die planten, plantaardige producten of andere materialen op het grondgebied van de Unie specifieke te nemen maatregelen worden vastgesteld.
3. De in lid 1 bedoelde tijdelijke maatregelen zijn van toepassing gedurende een passende en redelijke termijn, in afwachting van de karakterisering van plaagorganismen die waarschijnlijk in verband worden gebracht met die planten, plantaardige producten of andere materialen uit die derde landen en van de volledige beoordeling van de door die plaagorganismen veroorzaakte risico's overeenkomstig deel 1 van bijlage I.
4. Om naar behoren gemotiveerde dwingende redenen van urgentie die verband houden met het aanpakken van een recentelijk ontdekt ernstig risico op een plaagorganisme, stelt de Commissie volgens de in artikel 107, lid 3, bedoelde procedure onmiddellijk toepasselijke uitvoeringshandelingen vast. Die handelingen worden vastgesteld overeenkomstig de beginselen van deel 2 van bijlage II.
5. In afwijking van de krachtens lid 1 van dit artikel vastgestelde maatregelen is artikel 48 van toepassing op het binnenbrengen in en het verkeer binnen het grondgebied van de Unie van planten, plantaardige producten en andere materialen die voor wetenschappelijke doeleinden, officiële tests en onderwijsdoeleinden, proefnemingen, selectiewerkzaamheden of veredeling worden gebruikt.
6. Uiterlijk op 30 april van elk jaar dienen de lidstaten bij de Commissie en de overige lidstaten een verslag in over de toepassing van de in lid 2, tweede alinea, onder a) of b), bedoelde maatregelen die tijdens het voorgaande kalenderjaar werden genomen.
De lidstaten stellen de Commissie en de overige lidstaten ervan in kennis wanneer na de uitvoering van de in lid 2, tweede alinea, onder a) of b), bedoelde maatregelen een plaagorganisme is aangetroffen dat waarschijnlijk recentelijk ontdekte risico's op plaagorganismen oplevert.
De lidstaten stellen de Commissie en de overige lidstaten via het in artikel 103 bedoelde elektronisch kennisgevingssysteem ervan in kennis wanneer het binnenbrengen van een plant, plantaardig product of ander materiaal op het grondgebied van de Unie is geweigerd of het verkeer daarvan binnen het grondgebied van de Unie is verboden omdat volgens de betrokken lidstaat het in lid 2, tweede alinea, onder c), bedoelde verbod werd geschonden. In voorkomend geval wordt in die kennisgeving aangegeven welke maatregelen door die lidstaat met betrekking tot de betrokken planten, plantaardige producten of andere materialen zijn genomen, als bedoeld in de Uniewetgeving over officiële controles.
In voorkomend geval wordt ook het derde land waaruit de planten, plantaardige producten of andere materialen zijn verzonden met het oog op het binnenbrengen op het grondgebied van de Unie, hiervan in kennis gesteld.