Art. 48 Verordening (EU) 2016/2031, Planten, plantaardige producten en andere materialen die voor officiële tests, wetenschappelijke of onderwijskundige doeleinden, proefnemingen, selectiewerkzaamheden of veredeling worden gebruikt

Verordening (EU) 2016/2031

1. In afwijking van artikel 40, lid 1, artikel 41, lid 1, en artikel 42, lid 2, mogen de lidstaten, op verzoek, tijdelijk toestemming verlenen voor het binnenbrengen op en het verkeer binnen hun grondgebied van planten, plantaardige producten en andere materialen die voor officiële tests, wetenschappelijke of onderwijskundige doeleinden, proefnemingen, selectiewerkzaamheden of veredeling worden gebruikt.

De toestemming voor de betrokken activiteit wordt uitsluitend verleend indien passende beperkingen gelden om ervoor te zorgen dat de aanwezigheid van de betrokken planten, plantaardige producten of andere materialen geen onaanvaardbaar risico oplevert van verspreiding van een EU-quarantaineorganisme of een plaagorganisme dat is onderworpen aan krachtens artikel 30, lid 1, vastgestelde maatregelen, rekening houdend met de identiteit, de biologische eigenschappen en de middelen van verspreiding van de betrokken plaagorganismen, de beoogde werkzaamheden, de interactie met het milieu en andere relevante factoren in verband met het aan die planten, plantaardige producten of andere materialen verbonden risico op plaagorganismen.

2. Wanneer toestemming wordt verleend in overeenstemming met lid 1 bevat zij de volgende voorwaarden:

a) de betrokken planten, plantaardige producten of andere materialen moeten worden bewaard op een plaats en onder omstandigheden die door de bevoegde autoriteiten geschikt zijn bevonden en die in de toestemming worden vermeld;

b) de werkzaamheden in verband met die planten, plantaardige producten of andere materialen moeten worden uitgevoerd in een quarantainestation of een gesloten faciliteit dat/die overeenkomstig artikel 60 door de bevoegde autoriteit is aangewezen en in de toestemming wordt vermeld;

c) de werkzaamheden in verband met die planten, plantaardige producten of andere materialen moeten worden uitgevoerd door personeel waarvan de wetenschappelijke en technische bekwaamheden door de bevoegde autoriteit geschikt zijn bevonden en in de toestemming worden vermeld;

d) die planten, plantaardige producten of andere materialen moeten vergezeld gaan van de toestemming wanneer zij worden binnengebracht op of in het verkeer zijn binnen het grondgebied van de Unie.

3. De in de in lid 1 bedoelde toestemming vermelde hoeveelheden en looptijd worden begrensd tot wat voor de betrokken werkzaamheden passend is en de toestemming mag de capaciteit van het aangewezen quarantainestation of de aangewezen gesloten faciliteit niet te boven gaan.

In de toestemming wordt melding gemaakt van de beperkingen die noodzakelijk zijn om het risico op verspreiding van de relevante EU-quarantaineorganismen of plaagorganismen die zijn onderworpen aan de krachtens artikel 30, lid 1, vastgestelde maatregelen, op passende wijze te elimineren.

4. De bevoegde autoriteit monitort de naleving van de in lid 2 bedoelde voorwaarden en de in lid 3 bedoelde restrictie en beperkingen, en neemt de nodige maatregelen ingeval die voorwaarden, die restrictie of die beperkingen niet worden nageleefd.

In voorkomend geval kan zij de in lid 1 bedoelde toestemming intrekken.

5. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 105 gedelegeerde handelingen vast te stellen die deze verordening aanvullen door de vastlegging van nadere regels betreffende:

a) de uitwisseling van informatie tussen de lidstaten en de Commissie over het binnenbrengen op en het verkeer binnen het grondgebied van de Unie van de betrokken planten, plantaardige producten en andere materialen;

b) de procedures en voorwaarden voor het verlenen van de in lid 1 van dit artikel bedoelde toestemming; en

c) de voorschriften voor de monitoring van de naleving en de te nemen maatregelen in geval van niet-naleving als bedoeld in lid 4 van dit artikel.