Art. 8 Verordening (EU) 2016/1624, Taken

Verordening (EU) 2016/1624

1. Als bijdrage aan een doelmatig, hoog en uniform niveau van grenstoezicht en terugkeer van migranten verricht het Agentschap de volgende taken:

a) het monitort migratiestromen en voert risicoanalyses uit die alle aspecten van het geïntegreerd grensbeheer bestrijken;

b) het verricht een kwetsbaarheidsbeoordeling, waaronder een inschatting van de capaciteit en de paraatheid van de lidstaten om het hoofd te bieden aan dreigingen en uitdagingen aan de buitengrenzen;

c) het monitort het beheer van de buitengrenzen via verbindingsfunctionarissen van het Agentschap in de lidstaten;

d) het verleent, met inachtneming van het Unierecht en het internationaal recht, bijstand aan de lidstaten in omstandigheden die extra technische en operationele bijstand aan de buitengrenzen vergen door de coördinatie en organisatie van gezamenlijke operaties, in overweging nemend dat in dit kader soms sprake is van humanitaire noodsituaties en reddingsacties op zee;

e) het verleent, met inachtneming van het Unierecht en het internationaal recht, bijstand aan de lidstaten in omstandigheden die extra technische en operationele bijstand aan de buitengrenzen vergen door snelle grensinterventies op te zetten aan de buitengrenzen van lidstaten die geconfronteerd worden met specifieke en onevenredig grote uitdagingen, in overweging nemend dat in dit kader soms sprake is van humanitaire noodsituaties en reddingsacties op zee;

f) het verleent, overeenkomstig Verordening (EU) nr. 656/2014 en het internationaal recht, technische en operationele bijstand aan lidstaten en derde landen ter ondersteuning van opsporings- en reddingsoperaties voor personen die op zee in nood verkeren, welke soms moeten worden ondernomen tijdens grensbewakingsoperaties op zee;

g) het zorgt voor het opzetten en uitzenden van Europese grens- en kustwachtteams, met inbegrip van een snel inzetbare pool, die bij gezamenlijke operaties en snelle grensinterventies en in het kader van de ondersteuningsteams voor migratiebeheer worden ingezet;

h) het zorgt voor het opzetten van een pool van technische uitrusting die kan worden ingezet bij gezamenlijke operaties, bij snelle grensinterventies en in het kader van de ondersteuningsteams voor migratiebeheer, alsmede bij terugkeeroperaties en terugkeerinterventies;

i) in het kader van de ondersteuningsteams voor migratiebeheer in hotspotgebieden:

i) het zorgt voor het inzetten van Europese grens- en kustwachtteams en technische uitrusting voor de verlening van bijstand bij de screening, debriefing, identificatie en het nemen van vingerafdrukken;

ii) het stelt in samenwerking met het Europees ondersteuningsbureau voor asielzaken (EASO) en de nationale autoriteiten een procedure vast voor het doorverwijzen van, en het verstrekken van initiële informatie aan, personen die internationale bescherming behoeven of wensen aan te vragen;

j) het ondersteunt de ontwikkeling van technische normen voor uitrusting, met name voor tactische bevelvoering, controle en communicatie, alsmede technisch toezicht op de interoperabiliteit op nationaal en Unieniveau;

k) het zorgt voor de inzet van de nodige uitrusting, grenswachters en het andere relevante personeel voor de snel inzetbare pool voor de praktische uitvoering van de maatregelen die noodzakelijk zijn in een situatie aan de buitengrenzen die dringend optreden vereist;

l) het verleent bijstand aan de lidstaten in omstandigheden die extra technische en operationele bijstand vergen voor de uitvoering van de verplichting om terugkeerders te doen terugkeren, onder meer door de coördinatie en organisatie van terugkeeroperaties;

m) het werkt binnen de respectieve mandaten van de betrokken agentschappen samen met Europol en Eurojust, en verleent steun aan de lidstaten in omstandigheden die extra technische en operationele bijstand aan de buitengrenzen vergen in de strijd tegen georganiseerde grensoverschrijdende criminaliteit en terrorisme;

n) het zorgt voor het opzetten van pools van toezichthouders en begeleiders voor gedwongen terugkeer en terugkeerspecialisten;

o) het zorgt voor het instellen en inzetten van Europese terugkeerinterventieteams bij terugkeerinterventies;

p) het verleent bijstand aan de lidstaten bij het opleiden van nationale grenswachters, ander relevant personeel en terugkeerdeskundigen, met inbegrip van de vaststelling van gemeenschappelijke opleidingsnormen;

q) het neemt deel aan de ontwikkeling en het beheer van onderzoeks- en innovatieactiviteiten die voor het toezicht op en de bewaking van de buitengrenzen relevant zijn, onder meer met betrekking tot het gebruik van geavanceerde grensbewakingstechnologie, en de ontwikkeling van proefprojecten op terreinen die onder deze verordening vallen;

r) het ontwikkelt en beheert, in overeenstemming met Verordening (EG) nr. 45/2001 en Kaderbesluit 2008/977/JBZ, informatiesystemen waarmee informatie over nieuwe risico's bij het beheer van de buitengrenzen, over illegale immigratie en over terugkeer snel en betrouwbaar kan worden uitgewisseld, zulks in nauwe samenwerking met de Commissie, organen en instanties van de Unie en het bij Beschikking 2008/381/EG van de Raad (30) opgezette Europees migratienetwerk;

s) het verleent de nodige steun voor de ontwikkeling en het beheer van Eurosur en zo nodig voor de ontwikkeling van een gemeenschappelijke structuur voor informatie-uitwisseling, met inbegrip van interoperabiliteit tussen systemen, met name door middel van de ontwikkeling, instandhouding en coördinatie van het Eurosur-kader overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1052/2013;

t) het werkt samen met het Europees Bureau voor visserijcontrole en het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid, elk binnen zijn mandaat, ter ondersteuning van de nationale autoriteiten die kustwachttaken als beschreven in artikel 53 uitvoeren, door diensten te verlenen, informatie te verstrekken, uitrusting te leveren en opleiding te verzorgen en operaties met meerdere doelen te coördineren;

u) het verleent bijstand aan lidstaten en derde landen in het kader van de onderlinge technische en operationele samenwerking op de gebieden die onder deze verordening vallen.

2. De lidstaten kunnen de samenwerking op operationeel niveau met andere lidstaten en/of derde landen voortzetten, indien die samenwerking verenigbaar is met de taken van het Agentschap. De lidstaten onthouden zich van alle activiteiten die de werking van het Agentschap of de verwezenlijking van de doelstellingen ervan in gevaar kunnen brengen. De lidstaten brengen over die operationele samenwerking met andere lidstaten en/of derde landen aan de buitengrenzen en op het gebied van terugkeer verslag uit aan het Agentschap. De uitvoerend directeur informeert de raad van bestuur geregeld over die aangelegenheden en ten minste eenmaal per jaar.

3. Het Agentschap ontplooit op eigen initiatief communicatieactiviteiten over aangelegenheden die binnen zijn mandaat vallen. Het maakt accurate en omvattende gegevens openbaar over zijn activiteiten.

De communicatieactiviteiten mogen geen afbreuk doen aan de in lid 1 bedoelde taken; met name mogen geen operationele gegevens worden prijsgegeven die, eenmaal openbaar, de verwezenlijking van de doelstelling van de operaties in gevaar zouden brengen. De communicatieactiviteiten worden uitgevoerd zonder afbreuk te doen aan artikel 50 en in overeenstemming met de relevante communicatie- en verspreidingsplannen die de raad van bestuur heeft vastgesteld.

Vorige artikelen

Volgende artikelen