Art. 8 Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/63, Toepassing van de risico-indicatoren in specifieke gevallen
Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/63
1. Ingeval een bevoegde autoriteit overeenkomstig de artikelen 8 en 21 van Verordening (EU) nr. 575/2013 een instelling een ontheffing heeft verleend, past de afwikkelingsautoriteit de in artikel 6, lid 3, onder b), van deze verordening vermelde indicator toe op het niveau van de liquiditeitssubgroep. De score die voor die indicator op het niveau van de liquiditeitssubgroep is behaald, wordt toegewezen aan elke instelling die van de liquiditeitssubgroep deel uitmaakt, om te worden gehanteerd bij de berekening van de risico-indicator van de betrokken instelling.
2. Ingeval de bevoegde autoriteit overeenkomstig artikel 7, lid 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013 een instelling op individueel niveau volledige ontheffing heeft verleend van de toepassing van kapitaalvereisten en ook de afwikkelingsautoriteit overeenkomstig artikel 45, lid 12 van Richtlijn 2014/59/EU, dezelfde instelling volledige ontheffing heeft verleend van de toepassing op individueel niveau van het MREL, mag de in artikel 6, lid 2, onder a), van deze verordening vermelde indicator op geconsolideerd niveau worden berekend. De score die voor die indicator op geconsolideerd niveau is behaald, wordt toegewezen aan elke instelling die van de groep deel uitmaakt, om te worden gehanteerd bij de berekening van de risico-indicator van de betrokken instelling.
3. Ingeval een bevoegde autoriteit een instelling onder andere in Verordening (EU) nr. 575/2013 beschreven omstandigheden een ontheffing heeft verleend, mogen de desbetreffende indicatoren op geconsolideerd niveau worden berekend. De score die voor die indicatoren op geconsolideerd niveau is behaald, wordt toegewezen aan elke instelling die van de groep deel uitmaakt, om te worden gehanteerd bij de berekening van de risico-indicatoren van de betrokken instelling.