Art. 3 Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/63, Definities
Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/63
Voor de toepassing van deze verordening gelden de definities die in Richtlijn 2014/49/EU van het Europees Parlement en de Raad (7) en Richtlijn 2014/59/EU zijn opgenomen. Tevens wordt in de zin van deze verordening verstaan onder:
1. „instellingen”: kredietinstellingen als omschreven in artikel 2, lid 1, punt 2, van Richtlijn 2014/59/EU, dan wel beleggingsondernemingen als omschreven in punt 2 van dit artikel, alsook een centraal orgaan en alle kredietinstellingen die blijvend bij het centraal orgaan zijn aangesloten, als bedoeld in artikel 10 van Verordening (EU) nr. 575/2013, als geheel en op geconsolideerde basis, mits aan de in artikel 2, lid 1, gestelde voorwaarden is voldaan;
2. „beleggingsondernemingen”: beleggingsondernemingen als omschreven in artikel 2, lid 1, punt 3, van Richtlijn 2014/59/EU, exclusief beleggingsondernemingen die onder de definitie van artikel 96, lid 1, onder a) of b), van Verordening (EU) nr. 575/2013 vallen of beleggingsondernemingen die activiteit 8 van bijlage I, afdeling A, van Richtlijn 2004/39/EU van het Europees Parlement en de Raad (8) uitoefenen, maar die niet de activiteiten 3 of 6 van bijlage I, afdeling A, van genoemde richtlijn uitoefenen;
3. „jaarlijks streefbedrag”: het totaalbedrag van de jaarlijkse bijdragen dat de afwikkelingsautoriteit voor elke bijdrageperiode heeft vastgesteld om het in artikel 102, lid 1, van Richtlijn 2014/59/EU bedoelde streefbedrag te halen;
4. „financieringsregeling”: een regeling die is opgezet met het oog op een doeltreffende toepassing door de afwikkelingsautoriteit van de afwikkelingsinstrumenten en -bevoegdheden, als bedoeld in artikel 100, lid 1, van Richtlijn 2014/59/EU;
5. „jaarlijkse bijdrage”: het in artikel 103 van Richtlijn 2014/59/EU bedoelde bedrag dat de afwikkelingsautoriteit tijdens de bijdrageperiode van elk van de in artikel 2 van deze verordening bedoelde instellingen int ten behoeve van de nationale financieringsregeling;
6. „bijdrageperiode”: een kalenderjaar;
7. „afwikkelingsautoriteit”: de in artikel 2, lid 1, punt 18, van Richtlijn 2014/59/EU bedoelde autoriteit, dan wel elke andere relevante autoriteit die de lidstaten voor de toepassing van artikel 100, leden 2 en 6, van Richtlijn 2014/59/EU hebben aangewezen;
8. „bevoegde autoriteit”: een bevoegde autoriteit als omschreven in artikel 4, lid 1, punt 40, van Verordening (EU) nr. 575/2013;
9. „depositogarantiestelsels”(„DGS”): stelsels als bedoeld in artikel 1, lid 2, onder a), b) of c), van Richtlijn 2014/49/EU;
10. „gedekte deposito's”: deposito's als bedoeld in artikel 6, lid 1, van Richtlijn 2014/49/EU, exclusief tijdelijk hoge saldi als omschreven in artikel 6, lid 2, van genoemde richtlijn;
11. „totale passiva”: totale passiva als omschreven in afdeling 3 van Richtlijn 86/635/EEG van de Raad (9), dan wel als omschreven conform de in Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad (10) bedoelde International Financial Reporting Standards;
12. „totale activa”: totale activa als omschreven in afdeling 3 van Richtlijn 86/635/EG dan wel als omschreven conform de in Verordening (EG) nr. 1606/2002 bedoelde International Financial Reporting Standards;
13. „totale risicoblootstelling” („TRE”, Total Risk Exposure): het totaal van de risicoposten als omschreven in artikel 92, lid 3, van Verordening (EU) nr. 575/2013;
14. „tier 1-kernkapitaalratio”: de ratio als bedoeld in artikel 92, lid 2, onder a), van Verordening (EU) nr. 575/2013;
15. „MREL” (minimum requirement for own funds and eligible liabilities): het minimumvereiste voor eigen vermogen en in aanmerking komende passiva als omschreven in artikel 45, lid 1, van Richtlijn 2014/59/EU;
16. „eigen vermogen”: eigen vermogen als omschreven in artikel 4, lid 1, punt 118, van Verordening (EU) nr. 575/2013;
17. „in aanmerking komende passiva”: passiva en kapitaalinstrumenten als omschreven in artikel 2, lid 1, punt 71, van Richtlijn 2014/59/EU;
18. „hefboomratio”: de hefboomratio als omschreven in artikel 429 van Verordening (EU) nr. 575/2013;
19. „liquiditeitsdekkingsratio” („LCR”, Liquidity Coverage Ratio): een liquiditeitsdekkingsratio als omschreven in artikel 412 van Verordening (EU) nr. 575/2013 en nader gespecificeerd in Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 van de Commissie (11);
20. „nettostabielefinancieringsratio” („NSFR”): een nettostabielefinancieringsratio zoals gerapporteerd in overeenstemming met artikel 415 van Verordening (EU) nr. 575/2013;
21. „centrale tegenpartij” („CTP”): een rechtspersoon als omschreven in artikel 2, lid 1, van Verordening (EU) nr. 648/2012;
22. „derivaten”: derivaten volgens bijlage II bij Verordening (EU) nr. 575/2013;
23. „centrale effectenbewaarinstelling” („CSD”, central securities depository): een rechtspersoon als omschreven in artikel 2, lid 1, punt 1, en in artikel 54 van Verordening (EU) nr. 909/2014 van het Europees Parlement en de Raad (12);
24. „afwikkeling” (settlement): de voltooiing van een effectentransactie als omschreven in artikel 2, lid 1, punt 2, van Verordening (EU) nr. 909/2014;
25. „clearing”: het proces waarbij posities worden vastgesteld, als omschreven in artikel 2, punt 3, van Verordening (EU) nr. 648/2012;
26. „financiëlemarktinfrastructuur”: voor de toepassing van deze verordening, een CTP als bedoeld in punt 21 van dit artikel, dan wel een CSD als bedoeld in punt 23 van dit artikel, waaraan overeenkomstig artikel 8 van Richtlijn 2013/36/EU een vergunning als instelling is verleend;
27. „ontwikkelingsbank”: een onderneming of entiteit die door een lidstaat, een centrale overheid of een regionale overheid is opgezet en die stimuleringsleningen verstrekt op een niet-concurrerende, non-profitbasis ter bevordering van de oogmerken van openbare orde van die overheid, mits die overheid verplicht is de economische grondslag van de onderneming of entiteit te beschermen en die onderneming of entiteit gedurende haar volledige bestaan levensvatbaar te houden, of mits ten minste 90 % van haar oorspronkelijke financiering of de stimuleringsleningen die zij verstrekt, direct of indirect door de centrale overheid of de regionale overheid van de lidstaat wordt gewaarborgd;
28. „stimuleringslening”: een lening die door een ontwikkelingsbank, dan wel via een bemiddelende bank wordt verstrekt op een niet-concurrerende, non-profitbasis ter bevordering van de oogmerken van openbare orde van centrale of regionale overheden in een lidstaat;
29. „bemiddelende instelling”: een kredietinstelling die als bemiddelaar optreedt bij stimuleringsleningen, mits zij deze niet als krediet aan een eindcliënt verstrekt.