Art. 184 Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35, Excedentblootstelling
Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35
1. De excedentblootstelling van een singlenameblootstelling i is gelijk aan het volgende:
waarbij:
(a) Ei staat voor de blootstelling bij wanbetaling aan singlenameblootstelling i die wordt opgenomen in de berekeningsgrondslag van de ondermodule marktrisicoconcentraties;
(b) Assets staat voor de berekeningsgrondslag van de ondermodule marktrisicoconcentraties;
(c) CTi staat voor de relatieve excedentblootstellingsdrempel als bedoeld in artikel 185.
2. De berekeningsgrondslag van de ondermodule marktrisicoconcentratie Assets is gelijk aan de waarde van alle door een verzekerings- of herverzekeringsonderneming aangehouden activa, exclusief het volgende:
(a) activa die worden aangehouden met betrekking tot levensverzekeringsovereenkomsten waarbij het beleggingsrisico volledig door de verzekeringnemers wordt gedragen;
(b) blootstellingen aan een tegenpartij die tot dezelfde groep als de verzekerings- of herverzekeringsonderneming behoort, mits aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
i) de tegenpartij is een verzekerings- of herverzekeringsonderneming, een verzekeringsholding, een gemengde financiële holding of een onderneming die nevendiensten verricht;
ii) de tegenpartij is volledig geconsolideerd overeenkomstig artikel 335, lid 1, onder a);
iii) de tegenpartij is onderworpen aan dezelfde risicobeoordelings-, meet- en controleprocedures als de onderneming;
iv) de tegenpartij is in de Unie gevestigd;
v) er is geen actuele of voorziene materiële praktische of juridische belemmering voor de onmiddellijke overdracht van eigen vermogen of terugbetaling van passiva door de tegenpartij aan de verzekerings- of herverzekeringsonderneming;
(c) de waarde van de deelnemingen als bedoeld in artikel 92, lid 2, van Richtlijn 2009/138/EG in financiële en kredietinstellingen die wordt afgetrokken van het eigen vermogen ingevolge artikel 68 van deze verordening;
(d) blootstellingen opgenomen in het toepassingsgebied van de module tegenpartijkredietrisico;
(e) uitgestelde belastingvorderingen;
(f) immateriële activa.
3. De noodlijdende blootstelling aan een singlenameblootstelling i wordt verminderd met het bedrag van de noodlijdende blootstelling aan tegenpartijen die tot die singlenameblootstelling behoren en waarvoor de risicofactor voor marktrisicoconcentratie als bedoeld in de artikelen 168 en 187 0 % bedraagt.