Art. 34 Uitvoeringsverordening (EU) nr. 809/2014, Selectie van de steekproef voor controles

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 809/2014

1. Aanvragen of aanvragers die bij de indiening of na de administratieve controles niet ontvankelijk blijken of niet voor betaling in aanmerking blijken te komen, maken geen deel uit van de te controleren populatie.

2. Voor de toepassing van de artikelen 30 en 31 wordt de steekproefselectie als volgt verricht:

a) tussen 1 en 1,25 % van de begunstigden die een aanvraag indienen voor de basisbetalingsregeling of de regeling inzake een enkele areaalbetaling overeenkomstig titel III, hoofdstuk 1, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 wordt aselect gekozen uit alle begunstigden die een aanvraag voor die regelingen indienen;

b) tussen 1 en 1,25 % van de voor vergroening te controleren populatie wordt aselect gekozen uit alle begunstigden die zijn gekozen overeenkomstig het bepaalde onder a). Indien nodig om dat percentage te bereiken worden op aselecte wijze extra begunstigden gekozen uit de voor vergroening te controleren populatie;

c) het resterende aantal begunstigden in de steekproef voor controles als bedoeld in artikel 31, lid 1, onder a), wordt geselecteerd op basis van een risicoanalyse;

d) alle overeenkomstig het bepaalde onder a), b) en c), van deze alinea geselecteerde begunstigden mogen worden beschouwd als een deel van de steekproeven voor controles waarin is voorzien bij artikel 30, onder b) tot en met e), g) en h). Waar nodig om de minimumpercentages te verrichten controles te bereiken, worden extra begunstigden op aselecte wijze gekozen uit hun respectieve te controleren populaties;

e) alle overeenkomstig het bepaalde onder a) tot en met d), van deze alinea geselecteerde begunstigden mogen worden beschouwd als een deel van de steekproef voor controles waarin is voorzien bij artikel 30, onder a). Waar nodig om het minimumpercentage controles te halen, worden extra begunstigden op aselecte wijze gekozen uit alle begunstigden die een aanvraag voor de basisbetalingsregeling of de regeling inzake een enkele areaalbetaling overeenkomstig titel III, hoofdstuk 1, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 indienen;

f) het minimum aantal begunstigden als bedoeld in artikel 30, onder f), wordt op aselecte wijze gekozen uit alle begunstigden die een aanvraag indienen voor de betaling in het kader van de regeling voor kleine landbouwers overeenkomstig titel V van Verordening (EU) nr. 1307/2013;

g) het in artikel 31, lid 1, onder b), bedoelde minimum aantal begunstigden wordt op basis van een risicoanalyse geselecteerd uit alle voor de vergroeningsbetaling in aanmerking komende begunstigden die zowel van de verplichtingen inzake gewasdiversificatie als van de verplichtingen inzake ecologische aandachtsgebieden zijn vrijgesteld doordat zij de in artikel 44 en 46 van Verordening (EU) nr. 1307/2013 bedoelde drempelwaarden niet halen, en die niet aan de in artikel 45, lid 1, van die verordening bedoelde verplichtingen onderworpen zijn;

h) tussen 20 en 25 % van het minimum aantal begunstigden als bedoeld in artikel 31, lid 1, onder c), d) en h), wordt op aselecte wijze gekozen uit alle overeenkomstig het bepaalde onder b), van deze alinea geselecteerde begunstigden. Waar nodig om dat percentage te bereiken, worden extra begunstigden op aselecte wijze gekozen uit alle overeenkomstig het bepaalde onder a), van deze alinea geselecteerde begunstigden. Het resterende aantal begunstigden als bedoeld in artikel 31, lid 1, onder c), d) en h), wordt op basis van een risicoanalyse geselecteerd uit alle overeenkomstig het bepaalde onder c), van deze alinea geselecteerde begunstigden. Waar nodig om de minimumpercentages te verrichten controles te bereiken, worden op basis van een risicoanalyse extra begunstigden geselecteerd uit hun respectieve te controleren populaties;

i) tussen 20 en 25 % van het minimum aantal collectieve tenuitvoerleggingen als bedoeld in artikel 31, lid 1, onder e), wordt op aselecte wijze gekozen uit alle collectieve tenuitvoerleggingen overeenkomstig artikel 46, lid 6, van Verordening (EU) nr. 1307/2013. Het resterende aantal collectieve tenuitvoerleggingen als bedoeld in artikel 31, lid 1, onder e), wordt op basis van een risicoanalyse geselecteerd.

De controle ter plaatse met betrekking tot de overeenkomstig het bepaalde onder d), e) en h), geselecteerde extra begunstigden alsook de overeenkomstig het bepaalde onder f) en g), geselecteerde begunstigden mag worden beperkt tot de steunregeling waarvoor zij zijn geselecteerd als het minimumpercentage te verrichten controles van de andere steunregelingen waarvoor zij een aanvraag hebben ingediend, al is bereikt.

De controle ter plaatse met betrekking tot de overeenkomstig artikel 31, lid 3, en overeenkomstig het bepaalde onder h) van de eerste alinea geselecteerde extra begunstigden mag worden beperkt tot de vergroeningspraktijken waarvoor zij zijn geselecteerd als de minimumpercentages te verrichten controles van de andere steunregelingen en vergroeningspraktijken die zij in acht moeten nemen, al zijn bereikt.

Voor de toepassing van artikel 31 waarborgen de lidstaten de representativiteit van de steekproef voor controles met betrekking tot de verschillende praktijken.

3. Voor de toepassing van de artikelen 32 en 33 wordt eerst tussen 20 en 25 % van het minimum aantal ter plaatse te controleren begunstigden op aselecte wijze gekozen. Het resterende aantal ter plaatse te controleren begunstigden wordt op basis van een risicoanalyse geselecteerd.

Voor de toepassing van artikel 32 kunnen de lidstaten op grond van de risicoanalyse specifieke plattelandsontwikkelingsmaatregelen selecteren die voor de begunstigden gelden.

4. Indien het aantal ter plaatse te controleren begunstigden groter is dan het in de artikelen 30 tot en met 33 genoemde minimum aantal begunstigen mag de extra steekproef voor ten hoogste 25 % uit op aselecte wijze gekozen begunstigden bestaan.

5. Elk jaar wordt de doeltreffendheid van de risicoanalyse beoordeeld en de risicoanalyse zelf bijgewerkt door:

a) de relevantie van elke risicofactor te bepalen;

b) de resultaten van de op de risicoanalyse gebaseerde steekproef en die van de in lid 2, eerste alinea, bedoelde op aselecte wijze gekozen steekproef met elkaar te vergelijken wat betreft het verschil tussen de aangegeven oppervlakte en de geconstateerde oppervlakte, of door de resultaten van de op de risicoanalyse gebaseerde steekproef en die van de in lid 2, eerste alinea, bedoelde op aselecte wijze gekozen steekproef met elkaar te vergelijken wat betreft het verschil tussen het aangegeven aantal dieren en het geconstateerde aantal dieren;

c) rekening te houden met de specifieke situatie en, in voorkomend geval, de ontwikkeling van de relevantie van de risicofactoren in de lidstaat;

d) rekening te houden met de aard van de niet-naleving die aanleiding geeft tot een verhoging van het te controleren percentage overeenkomstig artikel 35.

6. De bevoegde autoriteit houdt bij waarom een begunstigde voor een controle ter plaatse is geselecteerd. De met de controle ter plaatse belaste inspecteur wordt vóór het begin van de controle ter plaatse over de desbetreffende redenen geïnformeerd.

7. In voorkomend geval mag vóór de uiterste datum als bedoeld in artikel 13 op basis van de beschikbare informatie een gedeeltelijke selectie van de steekproef voor controles worden gemaakt. De voorlopige steekproef wordt aangevuld wanneer alle desbetreffende steunaanvragen of betalingsaanvragen beschikbaar zijn.

Vorige artikelen

Volgende artikelen