Art. 32 Uitvoeringsverordening (EU) nr. 809/2014, Controlepercentage voor plattelandsontwikkelingsmaatregelen

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 809/2014

1. De steekproef voor de controles ter plaatse die elk jaar worden uitgevoerd betreft ten minste 5 % van alle begunstigden die een aanvraag indienen in het kader van een plattelandsontwikkelingsmaatregel. Voor de in artikel 28 en 29 van Verordening (EU) nr. 1305/2013 bedoelde maatregelen bedraagt het controlepercentage van elke individuele maatregel ten minste 5 %.

Die steekproef vertegenwoordigt ook ten minste 5 % van de begunstigden van artikel 28 van Verordening (EU) nr. 1305/2013 die gelijkwaardige praktijken als bedoeld in artikel 43, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 toepassen.

2. In afwijking van lid 1 kan in het geval van groepen personen als bedoeld in de artikelen 28 en 29 van Verordening (EU) nr. 1305/2013, elk individueel lid van dergelijke groepen worden beschouwd als een begunstigde in het kader van de berekening van het in lid 1 vastgestelde controlepercentage.

3. Met betrekking tot begunstigden van overeenkomstig artikel 21, lid 1, onder a), en de artikelen 28, 29 en 34 van Verordening (EU) nr. 1305/2013 of artikel 36, onder a), iv) en v), onder b), i), iii) en v), van Verordening (EG) nr. 1698/2005 verleende meerjarige steun en bijstand waarmee betalingen over een periode van meer dan vijf jaar zijn gemoeid, kunnen de lidstaten besluiten om na het vijfde betalingsjaar ten minste 2,5 % van de begunstigden te controleren.

De eerste alinea is van toepassing op bijstand die in het kader van artikel 28, lid 6, derde alinea, van Verordening (EU) nr. 1305/2013 wordt verleend na het vijfde jaar van de betaling voor de betrokken verbintenis.

4. In het kader van lid 3 gecontroleerde begunstigden worden niet meegerekend voor de toepassing van lid 1.

Vorige artikelen

Volgende artikelen