Art. 31 Uitvoeringsverordening (EU) nr. 809/2014, Controlepercentage voor de vergroeningsbetaling

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 809/2014

1. Voor de vergroeningsbetaling betreft de steekproef voor de controles ter plaatse die elk jaar worden uitgevoerd:

a) 5 % van alle begunstigden die de klimaat- en milieuvriendelijke landbouwpraktijken (hierna „de vergroeningspraktijken” genoemd) in acht moeten nemen en die geen deel uitmaken van de onder b) en c), bedoelde te controleren populaties (hierna „de voor vergroening te controleren populaties” genoemd). Deze steekproef omvat tegelijk ten minste 5 % van alle begunstigden met gebieden met ecologisch kwetsbaar blijvend grasland in zones als bedoeld in Richtlijn 92/43/EEG van de Raad (17) of Richtlijn 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad (18) en andere kwetsbare gebieden als bedoeld in artikel 45, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1307/2013;

b) 3 % van:

i) hetzij alle voor de vergroeningsbetaling in aanmerking komende begunstigden die zowel van de verplichtingen inzake gewasdiversificatie als van de verplichtingen inzake ecologische aandachtsgebieden zijn vrijgesteld doordat zij de in artikel 44 en 46 van Verordening (EU) nr. 1307/2013 genoemde drempelwaarden niet halen, en die niet aan de in artikel 45 van die verordening bedoelde verplichtingen onderworpen zijn;

ii) hetzij, in de jaren waarin artikel 44 van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 639/2014 niet van toepassing is in een lidstaat, de voor de vergroeningsbetaling in aanmerking komende begunstigden die zowel van de verplichtingen inzake gewasdiversificatie als van de verplichtingen inzake ecologische aandachtsgebieden zijn vrijgesteld doordat zij de in artikel 44 en 46 van Verordening (EU) nr. 1307/2013 genoemde drempelwaarden niet halen, en die niet aan de in artikel 45, lid 1, van die verordening bedoelde verbintenissen onderworpen zijn;

c) 5 % van alle begunstigden die de vergroeningspraktijken in acht moeten nemen en gebruikmaken van nationale of regionale certificeringsregelingen als bedoeld in artikel 43, lid 3, onder b), van Verordening (EU) nr. 1307/2013;

d) 5 % van alle begunstigden die deelnemen aan een regionale tenuitvoerlegging overeenkomstig artikel 46, lid 5, van Verordening (EU) nr. 1307/2013;

e) 5 % van de collectieve tenuitvoerlegging overeenkomstig artikel 46, lid 6, van Verordening (EU) nr. 1307/2013;

f) 100 % van de aaneengesloten structuren van aangrenzende ecologische aandachtsgebieden als bedoeld in artikel 46, lid 3, van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 639/2014;

g) 100 % van de begunstigden die verplicht zijn tot heromzetting van land in blijvend grasland overeenkomstig artikel 42 van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 639/2014;

h) 20 % van de begunstigden die verplicht zijn tot heromzetting van land in blijvend grasland overeenkomstig artikel 44, leden 2 en 3, van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 639/2014.

2. Begunstigden die de vergroeningspraktijken in acht nemen in de vorm van gelijkwaardige praktijken overeenkomstig artikel 43, lid 3, onder a), van Verordening (EU) nr. 1307/2013 of die deelnemen aan de regeling voor kleine landbouwers overeenkomstig artikel 61 van die verordening of die voor het hele bedrijf voldoen aan de in artikel 29, lid 1, van Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad (19) vastgestelde verplichtingen inzake biologische landbouw maken geen deel uit van de steekproef voor controles en tellen niet mee in de in het onderhavige artikel vastgestelde controlepercentages.

3. Wanneer de ecologische aandachtsgebieden niet zijn geïdentificeerd in het systeem voor de identificatie van landbouwpercelen als bedoeld in artikel 70 van Verordening (EU) nr. 1306/2013, wordt het in lid 1, onder a), c) en e), vastgestelde controlepercentage aangevuld met 5 % van alle begunstigden van de respectieve steekproef voor controles die een ecologisch aandachtsgebied op hun landbouwareaal moeten hebben overeenkomstig artikel 43 en 46 van Verordening (EU) nr. 1307/2013.

De eerste alinea is echter niet van toepassing wanneer het beheers- en controlesysteem waarborgt dat alle ecologische aandachtsgebieden vóór betaling worden geïdentificeerd en, in voorkomend geval, worden opgenomen in het systeem voor de identificatie van landbouwpercelen overeenkomstig artikel 5, lid 2, onder c), van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 640/2014.

Verwijst naar

Vorige artikelen

Volgende artikelen