Art. 39 Uitvoeringsverordening (EU) nr. 809/2014, Verificatie van de subsidiabiliteitsvoorwaarden

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 809/2014

1. Of de landbouwpercelen voor de steun in aanmerking komen, wordt geverifieerd met behulp van passende middelen. Die verificatie omvat in voorkomend geval ook een verificatie van het gewas. Daartoe worden zo nodig aanvullende bewijzen verlangd.

2. Voor begraasbaar blijvend grasland dat deel uitmaakt van de gangbare plaatselijke praktijken en waar gewassen en andere kruidachtige voedergewassen traditioneel niet overheersen kan in voorkomend geval de verminderingscoëfficiënt van artikel 32, lid 5, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 worden toegepast op de overeenkomstig artikel 38 van de onderhavige verordening gemeten subsidiabele oppervlakte. Wanneer een oppervlakte gezamenlijk wordt gebruikt, verdelen de bevoegde autoriteiten deze oppervlakte over de betrokken begunstigden in verhouding tot het gedeelte dat zij gebruiken of mogen gebruiken.

3. Door de lidstaten als ecologisch aandachtsgebied opgegeven landschapselementen die op grond van de artikelen 9 en 10 van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 640/2014 niet tot het subsidiabele areaal behoren worden geverifieerd volgens dezelfde beginselen als die welke van toepassing zijn op het subsidiabele areaal.

4. Indien de lidstaten in het kader van de controle van plattelandsontwikkelingsmaatregelen bepalen dat bepaalde onderdelen van een controle ter plaatse op basis van een steekproef mogen worden uitgevoerd, waarborgt die steekproef een controleniveau dat betrouwbare en representatieve resultaten oplevert. De lidstaten stellen de criteria voor de selectie van de steekproef vast. Indien de steekproefsgewijze controle een niet-naleving aan het licht brengt, worden de omvang en het bereik van de steekproef dienovereenkomstig uitgebreid.

Vorige artikelen

Volgende artikelen