Art. 30, Controlepercentage voor andere areaalgebonden steunregelingen dan de betaling voor klimaat- en milieuvriendelijke landbouwpraktijken
Voor andere areaalgebonden steunregelingen dan de betaling voor klimaat- en milieuvriendelijke landbouwpraktijken overeenkomstig titel III, hoofdstuk 3, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 (hierna „de vergroeningsbetaling” genoemd) betreft de steekproef voor controles ter plaatse die elk jaar worden uitgevoerd ten minste:
a) 5 % van alle begunstigden die een aanvraag indienen voor de basisbetalingsregeling of de regeling inzake een enkele areaalbetaling overeenkomstig titel III, hoofdstuk 1, van Verordening (EU) nr. 1307/2013. De lidstaten zorgen ervoor dat de steekproef voor controles ten minste 5 % van alle begunstigden bevat die voornamelijk landbouwarealen aangeven die bestaan uit op natuurlijke wijze in een voor begrazing of teelt geschikte staat gehouden arealen, als bedoeld in artikel 10, lid 1, van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 639/2014;
b) 5 % van alle begunstigden die een aanvraag indienen voor de herverdelingsbetaling overeenkomstig titel III, hoofdstuk 2, van Verordening (EU) nr. 1307/2013;
c) 5 % van alle begunstigden die een aanvraag indienen voor de betaling voor gebieden met natuurlijke beperkingen overeenkomstig titel III, hoofdstuk 4, van Verordening (EU) nr. 1307/2013;
d) 5 % van alle begunstigden die een aanvraag indienen voor de betaling voor jonge landbouwers overeenkomstig titel III, hoofdstuk 5, van Verordening (EU) nr. 1307/2013;
e) 5 % van alle begunstigden die een aanvraag indienen voor areaalgebonden betalingen in het kader van vrijwillige gekoppelde steun overeenkomstig titel IV, hoofdstuk 1, van Verordening (EU) nr. 1307/2013;
f) 5 % van alle begunstigden die een aanvraag indienen voor de betaling in het kader van de regeling voor kleine landbouwers overeenkomstig titel V van Verordening (EU) nr. 1307/2013;
g) 30 % van de arealen aangegeven voor de productie van hennep overeenkomstig artikel 32, lid 6, van Verordening (EU) nr. 1307/2013;
h) 5 % van alle begunstigden die een aanvraag indienen voor de gewasspecifieke betaling voor katoen overeenkomstig titel IV, hoofdstuk 2, van Verordening (EU) nr. 1307/2013.