Art. 23 Verordening (EU) nr. 702/2014, Steun voor bedrijfsvervangingsdiensten in de landbouw
1. Steun voor bedrijfsvervangingsdiensten in de landbouw is verenigbaar met de interne markt in de zin van artikel 107, lid 3, onder c), van het Verdrag en vrijgesteld van de aanmeldingsverplichting van artikel 108, lid 3, van het Verdrag als hij voldoet aan de voorwaarden die zijn vastgesteld in de leden 2 tot en met 5 van dit artikel en in hoofdstuk I.
2. De steun dekt de werkelijke kosten van de vervanging van een landbouwer, een natuurlijke persoon die lid van het landbouwhuishouden is, of een werknemer in de landbouw, tijdens hun afwezigheid van het werk als gevolg van ziekte, waaronder ziekte van hun kind, vakantie, moederschap- en ouderschapsverlof, of bij overlijden.
3. De totale duur van de vervanging bedraagt niet meer dan drie maanden per jaar per begunstigde, met uitzondering van de vervanging voor moederschaps- en ouderschapsverlof, die in elk geval maximaal zes maanden duurt.
4. De steun wordt niet toegekend in de vorm van rechtstreekse betalingen aan de begunstigden.
De steun wordt betaald aan de aanbieder van de bedrijfsvervangingsdiensten.
De bedrijfsvervangingsdiensten mogen worden verstrekt door producentengroeperingen en -organisaties, ongeacht hoe groot die zijn. In dat geval mag lidmaatschap van die groeperingen of organisaties geen voorwaarde zijn om toegang tot die diensten te krijgen.
5. De steunintensiteit bedraagt ten hoogste 100 % van de werkelijk gemaakte kosten.