Art. 19 Verordening (EU) nr. 702/2014, Aanloopsteun voor producentengroeperingen en -organisaties in de landbouwsector
1. Aanloopsteun voor producentengroeperingen en -organisaties is verenigbaar met de interne markt in de zin van artikel 107, lid 3, onder (c), van het Verdrag en vrijgesteld van de aanmeldingsverplichting van artikel 108, lid 3, van het Verdrag als hij voldoet aan de voorwaarden die zijn vastgesteld in de leden 2 tot en met 9 van dit artikel en in hoofdstuk I.
2. Alleen producentengroeperingen of -organisaties die door de bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat officieel zijn erkend op grond van het door hen ingediende bedrijfsplan, komen voor steun in aanmerking.
3. De steun wordt toegekend op voorwaarde dat de betrokken lidstaat ertoe verplicht is te verifiëren dat de doelstellingen van het in lid 2 genoemde bedrijfsplan zijn bereikt binnen vijf jaar na de datum van de officiële erkenning van de producentengroepering of -organisatie.
4. De in het kader van de producentengroepering of -organisatie vastgestelde overeenkomsten, besluiten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen moeten voldoen aan de mededingingsvoorschriften zoals die van toepassing zijn krachtens de artikelen 206 tot en met 210 van Verordening (EU) nr. 1308/2013.
5. Er wordt geen steun toegekend aan:
a) productieorganisaties, -entiteiten of -organen, zoals vennootschappen of coöperaties, die het beheer van één of meer landbouwbedrijven tot doel hebben en waarbij het dus in feite om één enkele producent gaat;
b) landbouwverenigingen die op de bedrijven van de leden taken vervullen zoals onderlinge samenwerking en dienstverlening in de vorm van bedrijfsverzorging en ondersteuning van het bedrijfsbeheer, zonder betrokken te zijn bij de gezamenlijke aanpassing van het aanbod aan de markt;
c) producentengroeperingen, producentenorganisaties of unies van producentenorganisaties waarvan de doelstellingen niet verenigbaar zijn met artikel 152, lid 1, onder (c), en artikel 156 van Verordening (EU) nr. 1308/2013.
6. De steun dekt de volgende in aanmerking komende kosten: de kosten van de huur van geschikte ruimten en van de aanschaf van kantooruitrusting, waaronder computerhardware en -software, de kosten van administratief personeel, overheadkosten en vergoedingen voor juridische en ambtelijke handelingen.
Als de betrokken ruimten worden aangekocht, zijn de in aanmerking komende kosten van de ruimten beperkt tot de huurkosten tegen markttarieven.
7. De steun wordt op forfaitaire basis in jaarlijkse tranches toegekend gedurende de eerste vijf jaar na de datum waarop de bevoegde autoriteit de producentengroepering of -organisatie officieel heeft erkend op basis van het in lid 2 bedoelde bedrijfsplan.
De lidstaten betalen de laatste tranche pas nadat zij hebben geverifieerd dat het bedrijfsplan correct is uitgevoerd.
De steun is degressief.
8. De steunintensiteit bedraagt ten hoogste 100 % van de in aanmerking komende kosten.
9. Het steunbedrag bedraagt ten hoogste 500 000 EUR.