Art. 20 Verordening (EU) nr. 702/2014, Steun voor de deelname van producenten van landbouwproducten aan een kwaliteitsregeling
1. De onderstaande categorieën steun aan producenten van landbouwproducten is verenigbaar met de interne markt in de zin van artikel 107, lid 3, onder c), van het Verdrag en vrijgesteld van de aanmeldingsverplichting van artikel 108, lid 3, van het Verdrag:
a) steun voor toetreding tot kwaliteitsregelingen, indien hij voldoet aan de voorwaarden die zijn vastgesteld in de leden 2 tot en met 6 van dit artikel en in hoofdstuk I;
b) steun voor de kosten van verplichte controlemaatregelen in verband met de kwaliteitsregelingen die door of in opdracht van de bevoegde autoriteit zijn uitgevoerd op grond van de Uniewetgeving of de nationale wetgeving, indien die steun voldoet aan de voorwaarden die zijn vastgesteld in de leden 2, 4, 6, 7 en 8 van dit artikel en in hoofdstuk I;
c) steun voor de kosten van marktonderzoek en productontwerp en -design en voor het opstellen van aanvragen voor de erkenning van kwaliteitsregelingen, indien die steun voldoet aan de voorwaarden die zijn vastgesteld in de leden 2, 6, 7 en 8 van dit artikel en in hoofdstuk I.
2. Steun als bedoeld in lid 1 wordt toegekend voor de volgende kwaliteitsregelingen:
a) de kwaliteitsregelingen die bij de volgende verordeningen en bepalingen zijn ingesteld:
i) deel II, titel II, hoofdstuk I, afdeling 2, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 wat wijn betreft;
ii) Verordening (EU) nr. 1151/2012;
iii) Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad (35);
iv) Verordening (EG) nr. 110/2008 van het Europees Parlement en de Raad (36);
v) Verordening (EU) nr. 251/2014 van het Europees Parlement en de Raad (37);
b) kwaliteitsregelingen, met inbegrip van certificeringsregelingen, voor landbouwproducten die, naar de lidstaten erkennen, aan de volgende criteria voldoen:
i) de specificiteit van het eindproduct dat volgens dergelijke kwaliteitsregelingen wordt gemaakt, moet voortvloeien uit duidelijke verplichtingen die het volgende garanderen:
— specifieke productkenmerken, of
— specifieke landbouw- of productiemethoden, of
— de kwaliteit van het eindproduct die uit het oogpunt van de gezondheid van mens, dier of plant, het dierenwelzijn of milieubescherming veel verder gaat dan de voor het handelsproduct geldende normen,
ii) de kwaliteitsregeling moet openstaan voor alle producenten;
iii) de kwaliteitsregeling moet het opstellen van een bindend productdossier voor eindproducten behelzen en de naleving daarvan moet worden geverifieerd door openbare autoriteiten of door een onafhankelijke inspectie-instantie,
iv) de kwaliteitsregeling moet transparant zijn en de volledige traceerbaarheid van de landbouwproducten garanderen;
c) vrijwillige certificeringsregelingen voor landbouwproducten die, naar de betrokken lidstaat erkent, voldoen aan de eisen van de mededeling van de Commissie „EU-richtsnoeren betreffende de beste praktijken voor vrijwillige certificeringsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen” (38).
3. De in lid 1, onder (a), bedoelde steun wordt aan producenten van landbouwproducten toegekend in de vorm van een jaarlijkse financiële stimulans waarvan het niveau wordt bepaald op basis van de hoogte van de vaste kosten die met de deelname aan de kwaliteitsregelingen gepaard gaan.
4. De in lid 1, onder a) en b), bedoelde steun wordt niet toegekend voor de financiering van de kosten van controles die de begunstigden zelf verrichten of wanneer in de wetgeving van de Unie is bepaald dat de kosten van de controles door de producenten van landbouwproducten en groepen van dergelijke producenten moeten worden gedragen, zonder dat daarbij de daadwerkelijke hoogte van die kosten is vermeld.
5. De in lid 1, onder (a), bedoelde steun wordt gedurende ten hoogste vijf jaar toegekend en bedraagt ten hoogste 3 000 EUR per begunstigde per jaar.
6. De steun is onder objectief vastgestelde voorwaarden toegankelijk voor alle ondernemingen die daarvoor in het betrokken gebied in aanmerking komen.
7. De in lid 1, onder (b) en (c), bedoelde steun wordt niet toegekend in de vorm van rechtstreekse betalingen aan de begunstigden.
De in lid 1, onder (b) en (c), bedoelde steun wordt betaald aan de voor de controlemaatregelen verantwoordelijke instantie, de aanbieder van onderzoeksdiensten of de adviesverstrekker.
8. De in lid 1, onder (b) en (c), bedoelde steun bedraagt ten hoogste 100 % van de werkelijk gemaakte kosten.