Art. 18 Verordening (EU) nr. 702/2014, Aanloopsteun voor jonge landbouwers en voor de ontwikkeling van kleine landbouwbedrijven

Verordening (EU) nr. 702/2014

1. Aanloopsteun voor jonge landbouwers en voor de ontwikkeling van kleine landbouwbedrijven is verenigbaar met de interne markt in de zin van artikel 107, lid 3, onder c), van het Verdrag en vrijgesteld van de aanmeldingsverplichting van artikel 108, lid 3, van het Verdrag als hij voldoet aan de voorwaarden die zijn vastgesteld in de leden 2 tot en met 7 van dit artikel en in hoofdstuk I.

2. De steun wordt verleend aan jonge landbouwers als omschreven in artikel 2, punt 34, van deze verordening of aan kleine landbouwbedrijven als omschreven door de lidstaten.

De door de lidstaten gehanteerde definitie van kleine landbouwbedrijven is die welke in de desbetreffende plattelandsontwikkelingsprogramma's is opgenomen en door de Commissie is goedgekeurd.

De lidstaten stellen voor de toegang tot aanloopsteun voor jonge landbouwers en voor de ontwikkeling van kleine landbouwbedrijven boven- en onderdrempels met betrekking tot het productiepotentieel van het landbouwbedrijf vast, gemeten in standaardopbrengst, als gedefinieerd in artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1242/2008 van de Commissie (34), of een equivalent daarvan. De onderdrempel om toegang te krijgen tot aanloopsteun voor jonge landbouwers is hoger dan de bovendrempel voor toegang tot steun voor de ontwikkeling van kleine landbouwbedrijven.

De steun wordt alleen toegekend aan kleine en micro-ondernemingen.

3. Wanneer de steun wordt verleend aan een jonge landbouwer die een bedrijf opzet in de vorm van een rechtspersoon, moet de jonge landbouwer daadwerkelijke en voortdurende zeggenschap hebben over de rechtspersoon wat betreft beslissingen op het gebied van beheer, winst en financiële risico's. Als meerdere natuurlijke personen, onder wie personen die geen jonge landbouwer zijn, deelnemen aan het kapitaal of het beheer van de rechtspersoon, is de jonge landbouwer, hetzij alleen, hetzij samen met andere personen, in staat die daadwerkelijke en voortdurende zeggenschap uit te oefenen. Als een rechtspersoon alleen of gezamenlijk onder de zeggenschap van een andere rechtspersoon valt, gelden die voorschriften voor elke natuurlijke persoon die zeggenschap heeft over die andere rechtspersoon.

4. De steun wordt slechts toegekend als aan de bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat een bedrijfsplan wordt voorgelegd waarvan de uitvoering van start gaat binnen negen maanden na de datum waarop het besluit tot steunverlening is vastgesteld.

Het bedrijfsplan bevat ten minste de volgende gegevens:

a) in het geval van aanloopsteun voor jonge landbouwers:

i) de uitgangssituatie van het landbouwbedrijf;

ii) mijlpalen en streefwaarden voor de ontwikkeling van de activiteiten van het landbouwbedrijf;

iii) nadere informatie over de acties, met inbegrip van acties in verband met ecologische duurzaamheid en efficiënt gebruik van hulpbronnen, die voor de ontwikkeling van de activiteiten van het landbouwbedrijf vereist zijn, zoals investeringen, opleidingen, adviezen;

b) in het geval van aanloopsteun voor de ontwikkeling van kleine landbouwbedrijven:

i) de uitgangssituatie van het landbouwbedrijf;

ii) nadere informatie over de acties, met inbegrip van acties in verband met ecologische duurzaamheid en efficiënt gebruik van hulpbronnen, die de economische levensvatbaarheid ten goede kunnen komen, zoals investeringen, opleidingen, samenwerking.

5. Voor jonge landbouwers wordt in het in artikel 4, onder a), van dit artikel bedoelde bedrijfsplan bepaald dat de begunstigde binnen 18 maanden na de datum van vestiging aan de in artikel 2, punt 42, bedoelde definitie van actieve landbouwer moet voldoen. Begunstigden die niet over de nodige adequate vakbekwaamheid en deskundigheid beschikken om aan die definitie te voldoen, komen toch in aanmerking voor steun op voorwaarde dat zij zich ertoe verbinden die vakbekwaamheid en deskundigheid te verwerven binnen 36 maanden na de datum waarop het besluit tot steunverlening is vastgesteld. Deze verbintenis moet in het bedrijfsplan worden opgenomen.

6. De steun wordt uitgekeerd of betaald in ten minste twee tranches over een periode van maximaal vijf jaar betaald.

Voor jonge landbouwers wordt de laatste tranche van de steun slechts betaald als het in lid 4, onder (a), bedoelde bedrijfsplan correct is uitgevoerd.

7. Het steunbedrag per jonge landbouwer wordt gebaseerd op de sociaaleconomische situatie in de betrokken lidstaat en is beperkt tot 70 000 EUR

Het steunbedrag per klein landbouwbedrijf bedraagt ten hoogste 15 000 EUR.

Vorige artikelen

Volgende artikelen