Art. 17 Verordening (EU) nr. 702/2014, Steun voor investeringen in verband met de verwerking van landbouwproducten en de afzet van landbouwproducten
1. Steun voor investeringen in materiële activa of immateriële activa in verband met de verwerking van landbouwproducten en de afzet van landbouwproducten is verenigbaar met de interne markt in de zin van artikel 107, lid 3, onder (c), van het Verdrag en vrijgesteld van de aanmeldingsverplichting van artikel 108, lid 3, van het Verdrag als hij voldoet aan de voorwaarden die zijn vastgesteld in de leden 2 tot en met 10 van dit artikel en in hoofdstuk I.
2. De investering heeft betrekking op de verwerking van landbouwproducten of de afzet van landbouwproducten.
3. Investeringen in verband met de productie van biobrandstoffen op basis van voedingsgewassen, komen niet in aanmerking voor steun op grond van dit artikel.
4. De investering moet in overeenstemming zijn met de wetgeving van de Unie en met de nationale milieubeschermingswetgeving van de betrokken lidstaat. Steun voor investeringen waarvoor krachtens Richtlijn 2011/92/EU een milieueffectbeoordeling moet worden uitgevoerd, wordt slechts toegekend op voorwaarde dat die beoordeling is uitgevoerd en de vergunning voor het betrokken investeringsproject is verleend vóór de datum van de toekenning van de individuele steun.
5. De steun dekt de volgende in aanmerking komende kosten:
a) de kosten van de bouw, verwerving, inclusief leasing, of verbetering van onroerende goederen, waarbij grond alleen in aanmerking komt voor zover de kosten daarvan niet hoger zijn dan 10 % van de totale in aanmerking komende kosten van de betrokken concrete actie;
b) de kosten van de koop of huurkoop van machines en uitrusting, tot maximaal de marktwaarde van de activa;
c) algemene kosten in verband met de onder (a) en (b) bedoelde uitgaven, zoals voor het inschakelen van architecten, ingenieurs en adviseurs en voor advies over ecologische en economische duurzaamheid, met inbegrip van haalbaarheidsstudies, haalbaarheidsstudies blijven in aanmerking komen, zelfs wanneer op basis van de resultaten daarvan geen uitgaven uit hoofde van het bepaalde onder (a) en (b) worden gemaakt;
d) de aankoop of ontwikkeling van computersoftware en de verwerving van octrooien, licenties, auteursrechten en handelsmerken.
6. Andere dan de in lid 5, onder (a) en (b), bedoelde kosten in verband met een leasingcontract, zoals de marge voor de leasinggever, kosten van de herfinanciering van rente, overheadkosten en verzekeringspremies worden niet als in aanmerking komende kosten beschouwd.
Werkkapitaal wordt niet beschouwd als subsidiabele kosten.
7. Er mag geen steun worden toegekend voor investeringen om aan de geldende Unienormen te voldoen.
8. De steun mag niet worden toegekend in strijd met de in Verordening (EU) nr. [1308/2013] vastgestelde verboden of beperkingen, ook niet wanneer die verboden of beperkingen uitsluitend betrekking hebben op de steun van de Unie waarin die verordening voorziet.
9. De steunintensiteit bedraagt ten hoogste:
a) 75 % van het bedrag van de in aanmerking komende kosten in de ultraperifere gebieden;
b) 75 % van het bedrag van de in aanmerking komende kosten op de kleinere eilanden in de Egeïsche Zee;
c) 50 % van het bedrag van de in aanmerking komende kosten in de minder ontwikkelde regio's en in alle regio's met een bbp per inwoner voor de periode 2007-2013 van minder dan 75 % van het gemiddelde van de EU-25 voor de referentieperiode, maar met een bbp per inwoner van meer dan 75 % van het gemiddelde bbp van de EU-27;
d) 40 % van het bedrag van de in aanmerking komende kosten in andere regio's.
10. Voor zover de maximale steunintensiteit niet meer dan 90 % bedraagt, mogen de in lid 9 bedoelde steunpercentages met 20 procentpunten worden verhoogd voor concrete acties:
a) in verband met een fusie van producentenorganisaties, of
b) die worden gesteund in het kader van het EIP.