Art. 48 Verordening (EU) nr. 1307/2013, Algemene voorschriften

Verordening (EU) nr. 1307/2013

1. De lidstaten kunnen een betaling toekennen aan landbouwers die recht hebben op een betaling in het kader van de in hoofdstuk 1 bedoelde basisbetalingsregeling of regeling inzake een enkele areaalbetaling en wier bedrijf geheel of gedeeltelijk is gelegen in een gebied met natuurlijke beperkingen dat de lidstaten overeenkomstig artikel 32, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1305/2013 hebben aangewezen ("betaling voor gebieden met natuurlijke beperkingen").

2. De lidstaten kunnen besluiten om de betaling voor gebieden met natuurlijke beperkingen toe te kennen aan alle gebieden die binnen het toepassingsgebied van lid 1 vallen, of om deze betaling op basis van objectieve en niet-discriminerende criteria te beperken tot een aantal van die gebieden.

3. Onverminderd lid 2 van dit artikel en onverminderd de toepassing van de financiële discipline, de geleidelijke verlaging van betalingen overeenkomstig artikel 11 en van de lineaire verlaging overeenkomstig artikel 7 van deze verordening alsook van artikel 63 van Verordening (EU) nr. 1306/2013, wordt de betaling voor gebieden met natuurlijke beperkingen jaarlijks per subsidiabele hectare toegekend in gebieden waaraan een lidstaat bij besluit overeenkomstig lid 2 van dit artikel deze betaling heeft toegewezen. Deze betaling wordt uitgekeerd na activering van betalingsrechten voor de hectaren waarover de betrokken landbouwer beschikt of, in lidstaten die artikel 36 van deze verordening toepassen, na aangifte van de subsidiabele hectaren door de betrokken landbouwer.

4. De betaling voor gebieden met natuurlijke beperkingen per hectare wordt berekend door het bedrag dat voortvloeit uit de toepassing van artikel 49, te delen door het overeenkomstig artikel 33, lid 1, of artikel 36, lid 2, aangegeven aantal subsidiabele hectaren gelegen in de gebieden waarvoor een lidstaat overeenkomstig lid 2 besloten heeft deze betaling toe te wijzen.

De lidstaten kunnen op basis van objectieve en niet-discriminerende criteria tevens een maximumaantal hectaren per bedrijf vaststellen waaraan steun uit hoofde van dit hoofdstuk kan worden toegekend.

5. De lidstaten kunnen de betaling voor gebieden met natuurlijke beperkingen toepassen op regionaal niveau onder de in dit lid vastgestelde voorwaarden mits zij aan de hand van objectieve en niet-discriminerende criteria de betrokken regio's en met name hun kenmerkende natuurlijke beperkingen, met inbegrip van de ernst van de beperkingen, en hun agronomische situatie bepalen.

De lidstaten verdelen het in artikel 49, lid 1, bedoelde nationale maximum op basis van objectieve en niet-discriminerende criteria over de regio's.

De betaling voor gebieden met natuurlijke beperkingen op regionaal niveau wordt berekend door het regionale maximum dat overeenkomstig de tweede alinea van dit lid is berekend, te delen door het overeenkomstig artikel 33, lid 1, of artikel 36, lid 2, aangegeven aantal subsidiabele hectaren in de betrokken regio, die gelegen zijn in de gebieden waarvoor een lidstaat overeenkomstig lid 2 besloten heeft deze betaling toe te wijzen.

Vorige artikelen

Volgende artikelen