Art. 50, Algemene voorschriften
1. De lidstaten kennen een jaarlijkse betaling toe aan jonge landbouwers die recht hebben op een betaling in het kader van de in hoofdstuk 1 bedoelde basisbetalingsregeling of regeling inzake een enkele areaalbetaling ("betaling voor jonge landbouwers").
2. In dit hoofdstuk worden onder "jonge landbouwers" verstaan natuurlijke personen:
a) die voor het eerst als bedrijfshoofd een landbouwbedrijf oprichten of die al op zo'n bedrijf opgericht hebben in de periode van vijf jaar voorafgaande aan de eerste indiening van een aanvraag in het kader van de basisbetalingsregeling of de regeling inzake een enkele areaalbetaling als bedoeld in artikel 72, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1306/2013, en
b) die niet ouder zijn dan veertig jaar in het jaar van indiening van de onder a) bedoelde aanvraag.
3. De lidstaten kunnen nadere objectieve en niet-discriminerende subsidiabiliteitscriteria inzake passende vaardigheden en/of opleidingsvereisten vaststellen voor jonge landbouwers die de betaling voor jonge landbouwers aanvragen.
4. Onverminderd de toepassing van de financiële discipline, van de verlaging van betalingen overeenkomstig artikel 11 en van de lineaire verlagingen overeenkomstig artikel 7 van deze verordening, alsook van artikel 63 van Verordening (EU) nr. 1306/2013, wordt de betaling voor jonge landbouwers jaarlijks toegekend na activering van de betalingsrechten door de landbouwer of, in lidstaten die artikel 36 van deze verordening toepassen, na aangifte van de subsidiabele hectaren door de landbouwer.
5. De betaling voor jonge landbouwers wordt per landbouwer gedurende een periode van ten hoogste vijf jaar toegekend. Deze periode wordt verminderd met het aantal jaren dat is verstreken tussen de in lid 2, onder a), bedoelde vestiging en de eerste indiening van de aanvraag van betaling voor jonge landbouwers.
6. De lidstaten die artikel 36 niet toepassen, berekenen elk jaar het bedrag van de betaling voor jonge landbouwers door het aantal rechten dat de landbouwer overeenkomstig artikel 32, lid 1, heeft geactiveerd, te vermenigvuldigen met een getal dat overeenstemt met:
a) 25 % van de gemiddelde waarde van de in eigendom of gehuurde betalingsrechten waarover de landbouwer beschikt; of
b) 25 % van een bedrag dat wordt berekend door een vast percentage van het nationale maximum voor het kalenderjaar 2019 vermeld in bijlage II, te delen door het aantal subsidiabele hectaren dat overeenkomstig artikel 33, lid 1, in 2015 is aangegeven. Dat vaste percentage komt overeen met het aandeel van het nationale maximum dat overeenkomstig artikel 22, lid 1, is overgebleven voor de basisbetalingsregeling voor 2015.
7. Lidstaten die artikel 36 toepassen, berekenen het bedrag van de betaling voor jonge landbouwers elk jaar door een getal dat overeenstemt met 25 % van de eenmalige areaalbetaling, berekend overeenkomstig artikel 36, te vermenigvuldigen met het aantal subsidiabele hectaren dat de landbouwer overeenkomstig artikel 36, lid 2, heeft aangegeven.
8. In afwijking van de leden 6 en 7 kunnen de lidstaten het bedrag van de betaling voor jonge landbouwers elk jaar berekenen door een getal dat overeenstemt met 25 % van de nationale gemiddelde betaling per hectare, te vermenigvuldigen met het aantal betalingsrechten dat de landbouwer overeenkomstig artikel 32, lid 1, heeft geactiveerd, of met het aantal subsidiabele hectaren dat de landbouwer overeenkomstig artikel 36, lid 2, heeft aangegeven.
De nationale gemiddelde betaling per hectare wordt berekend door het nationale maximum voor het kalenderjaar 2019 vermeld in bijlage II, te delen door het aantal subsidiabele hectaren dat overeenkomstig artikel 33, lid 1, of artikel 36, lid 2, in 2015 is aangegeven.
9. De lidstaten stellen een maximum vast voor het aantal betalingsrechten dat door de landbouwer wordt geactiveerd of voor het aantal subsidiabele hectaren dat door de landbouwer wordt aangegeven. Dat maximum mag niet lager zijn dan 25 en niet hoger dan 90. De lidstaten nemen dit maximum in acht bij de toepassing van de leden 6, 7 en 8.
10. In plaats van de leden 6 tot en met 9 toe te passen, kunnen de lidstaten een jaarlijks forfaitair bedrag per landbouwer toekennen, dat wordt berekend door een vast aantal hectaren te vermenigvuldigen met een getal dat overeenstemt met 25 % van de nationale gemiddelde betaling per hectare, zoals vastgesteld overeenkomstig lid 8.
Het in de eerste alinea bedoelde vaste aantal hectaren wordt berekend door het totale aantal subsidiabele hectaren dat overeenkomstig artikel 33, lid 1, of artikel 36, lid 2, is aangegeven door de jonge landbouwers die in 2015 de betaling voor jonge landbouwers aanvragen, te delen door het totale aantal jonge landbouwers die in 2015 dezelfde betaling aanvragen.
Een lidstaat kan het vaste aantal hectaren in elk jaar na 2015 herberekenen indien er aanzienlijke veranderingen optreden in het aantal jonge landbouwers die de betaling aanvragen of in de omvang van de bedrijven van jonge landbouwers, of beide.
Het jaarlijks forfaitair bedrag dat aan een landbouwer kan worden betaald, mag niet hoger zijn dan het totale bedrag van zijn basisbetaling vóór de toepassing van artikel 63 van Verordening (EU) nr. 1306/2013 in het betrokken jaar.
11. Teneinde de rechten van begunstigden te beschermen en te voorkomen dat begunstigden ongelijk worden behandeld, is de Commissie bevoegd om overeenkomstig artikel 70 gedelegeerde handelingen vast te stellen inzake de voorwaarden waaronder een rechtspersoon geacht mag worden in aanmerking te komen voor de betaling voor jonge landbouwers.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- CBb 24 april 2018, ECLI:NL:CBB:2018:129
- CBb 9 mei 2017, ECLI:NL:CBB:2017:168
- CBb 7 december 2017, ECLI:NL:CBB:2017:470
- CBb 25 oktober 2017, ECLI:NL:CBB:2017:342
- CBb 3 juli 2018, ECLI:NL:CBB:2018:356
- CBb 8 december 2020, ECLI:NL:CBB:2020:929
- CBb 15 februari 2022, ECLI:NL:CBB:2022:71
- CBb 18 augustus 2020, ECLI:NL:CBB:2020:566
- CBb 5 maart 2019, ECLI:NL:CBB:2019:93
- CBb 19 november 2019, ECLI:NL:CBB:2019:592
- CBb 2 maart 2018, ECLI:NL:CBB:2018:86
- CBb 15 januari 2018, ECLI:NL:CBB:2018:8
- CBb 21 februari 2018, ECLI:NL:CBB:2018:19
- CBb 21 november 2017, ECLI:NL:CBB:2017:370
- CBb 4 augustus 2026, ECLI:NL:CBB:2026:359
- CBb 9 september 2025, ECLI:NL:CBB:2025:451
- CBb 12 augustus 2025, ECLI:NL:CBB:2025:414
- CBb 23 juli 2024, ECLI:NL:CBB:2024:497
- CBb 23 juli 2024, ECLI:NL:CBB:2024:496
- CBb 18 juli 2023, ECLI:NL:CBB:2023:373