Art. 53 Verordening (EU) nr. 1307/2013, Financiële bepalingen
Verordening (EU) nr. 1307/2013
1. De lidstaten kunnen uiterlijk op 1 augustus van het jaar voorafgaande aan het eerste jaar van toepassing van gekoppelde steun, besluiten om ten hoogste 8 % van hun in bijlage II vermelde jaarlijkse nationale maximum te gebruiken voor de financiering van deze steun.
2. In afwijking van lid 1 kunnen de lidstaten besluiten om ten hoogste 13 % van het in bijlage II vermelde jaarlijkse nationale maximum te gebruiken, mits zij:
a) tot en met 31 december 2014:
i) de bij titel V van Verordening (EG) nr. 73/2009 ingestelde regeling inzake een enkele areaalbetaling toepassen,
ii) maatregelen op grond van artikel 111 van die verordening financieren; of
iii) onder de afwijking vallen die was vastgesteld bij artikel 69, lid 5, of in het geval van Malta bij artikel 69, lid 1, van die verordening, en/of;
b) in de periode 2010-2014 ten minste één jaar meer dan 5 % van hun bedrag dat beschikbaar is voor de toekenning van de rechtstreekse betalingen waarin was voorzien in de titel III, titel IV, met uitzondering van hoofdstuk 1, afdeling 6 daarvan en in titel V, van Verordening (EG) nr. 73/2009 in totaal toewijzen voor de financiering van:
i) de maatregelen die waren vastgesteld bij titel III, hoofdstuk 2, afdeling 2, van Verordening (EG) nr. 73/2009;
ii) de steun waarin was voorzien in artikel 68, lid 1, onder a), punten i) tot en met iv), en lid 1, onder b) en e), van die verordening; of
iii) de maatregelen op grond van titel IV, hoofdstuk 1, met uitzondering van afdeling 6, van die verordening.
3. De percentages van het in de leden 1 en 2 bedoelde jaarlijkse nationale maximum kunnen met ten hoogste twee procentpunten worden verhoogd voor de lidstaten die besluiten om minstens 2 % van hun in bijlage II vermelde jaarlijkse nationale maximum te gebruiken om krachtens dit hoofdstuk de productie van eiwithoudende gewassen te bevorderen.
4. In afwijking van lid 1 en 2 kunnen de lidstaten die in de periode 2010-2014 ten minste één jaar meer dan 10 % van hun bedrag dat beschikbaar isde toekenning van de rechtstreekse betalingen waarin was voorzien in de titel III, titel IV, met uitzondering van hoofdstuk 1, afdeling 6 daarvan en titel V, van Verordening (EG) nr. 73/2009 in totaal toewijzen voor de financiering van
a) de maatregelen die waren vastgesteld bij titel III, hoofdstuk 2, afdeling 2, van Verordening (EG) nr. 73/2009;
b) de steun waarin was voorzien in artikel 68, lid 1, onder a), i) tot en met iv), en lid 1, onder b) en e), van die verordening; of
c) de maatregelen op grond van titel IV, hoofdstuk 1, met uitzondering van afdeling 6 van die verordening,
besluiten om meer dan 13 % van het in bijlage II bij deze verordening vermelde jaarlijkse nationale maximum te gebruiken nadat de Commissie daarvoor overeenkomstig artikel 55 goedkeuring heeft verleend.
5. In afwijking van de in de leden 1 tot en met 4 genoemde percentages kunnen de lidstaten ervoor kiezen om 3 miljoen EUR per jaar te gebruiken voor de financiering van gekoppelde steun.
6. De lidstaten kunnen uiterlijk op 1 augustus 2016 hun uit hoofde van de leden 1 tot en met 4 genomen besluit herzien en besluiten om met ingang van 2017:
a) het uit hoofde van de leden 1, 2 en 3 vastgestelde percentage ongewijzigd te laten, te verhogen of te verlagen, in voorkomend geval met inachtneming van de daarin vastgestelde grenzen, of het uit hoofde van lid 4 vastgestelde percentage ongewijzigd te laten of te verlagen;
b) de voorwaarden voor het verlenen van de steun te wijzigen;
c) de verlening van de steun in het kader van dit hoofdstuk stop te zetten.
7. De Commissie stelt jaarlijks uitvoeringshandelingen vast waarin op basis van het door elke lidstaat uit hoofde van de leden 1 tot en met 6 van dit artikel genomen besluit de overeenkomstige maxima voor de gekoppelde steun wordt vastgelegd. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 71, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.