Art. 22 Verordening (EU) nr. 1305/2013, Bebossing en de aanleg van beboste gebieden
Verordening (EU) nr. 1305/2013
1. De in artikel 21, lid 1, onder a), bedoelde steun wordt verleend aan publieke en private grondbezitters, en hun verenigingen, en dekt de aanlegkosten, en een jaarlijkse premie per hectare voor de kosten van gederfde landbouwinkomsten en onderhoudsactiviteiten zoals zuivering en dunning, voor een periode van maximaal 12 jaar. In het geval van grond in overheidsbezit kan uitsluitend steun worden verleend indien het lichaam dat het land beheert een privaatrechtelijk lichaam of een gemeente is.
Steun voor de bebossing van grond die het eigendom is van overheidsinstanties of voor snelgroeiende bomen wordt alleen verleend voor de aanlegkosten.
2. Zowel landbouwgrond als andere grond komt voor steun in aanmerking. De aangeplante soorten zijn aangepast aan de plaatselijke milieu- en klimaatomstandigheden en voldoen aan de minimale milieuvereisten. Er wordt geen steun verleend voor de aanplant van bomen voor hakhout met korte omlooptijd, kerstbomen en snelgroeiende soorten die bestemd zijn voor de energieproductie. In gebieden waar de bebossing bemoeilijkt wordt door moeilijke bodem- en klimaatomstandigheden, kan steun worden verleend voor de aanplant van andere meerjarige houtachtige planten, zoals struiken die bestand zijn tegen de plaatselijke omstandigheden.
3. Teneinde ervoor te zorgen dat de bebossing van landbouwgrond in overeenstemming is met de doelstellingen van het milieubeleid, is de Commissie bevoegd om overeenkomstig artikel 83 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot het opstellen van de in lid 2 van dit artikel bedoelde minimale milieuvereisten.