Art. 18 Verordening (EU) nr. 1305/2013, Herstel van door natuurrampen of rampzalige gebeurtenissen beschadigd agrarisch productiepotentieel en invoering van passende preventieve acties
Verordening (EU) nr. 1305/2013
1. In het kader van deze maatregel wordt steun verleend voor:
a) investeringen in preventieve acties om de gevolgen van natuurrampen, ongunstige weersomstandigheden en rampzalige gebeurtenissen die zich waarschijnlijk zullen voordoen, te reduceren;
b) investeringen voor het herstel van landbouwgrond en landbouwproductiepotentieel beschadigd door natuurrampen, ongunstige weersomstandigheden en rampzalige gebeurtenissen.
2. De steun wordt verleend aan landbouwers en groepen van landbouwers. Er kan tevens steun worden verleend aan openbare entiteiten indien een verband tussen de door die entiteiten gedane investeringen en het agrarische productiepotentieel wordt vastgesteld.
3. In het kader van lid 1, onder b), mag slechts steun worden verleend indien de bevoegde openbare autoriteiten van de lidstaten officieel bevestigen dat een natuurramp heeft plaatsgevonden en dat die ramp of de overeenkomstig Richtlijn 2000/29/EG van de Raad (22) vastgestelde maatregelen om een plantenziekte of plaag uit te roeien of in te dammen, hebben geleid tot vernieling van ten minste 30 % van het betrokken agrarische productiepotentieel.
4. In het kader van deze maatregel wordt geen steun verleend voor gederfde inkomsten ten gevolge van een natuurramp of een rampzalige gebeurtenis.
De lidstaten voorkomen overcompensatie door erop toe te zien dat de begunstigden naast de in het kader van deze maatregel verleende steun geen andere steun op grond van andere nationale steuninstrumenten of steuninstrumenten van de Unie of op grond van private verzekeringsregelingen ontvangen.
5. De in het kader van lid 1, onder a), verleende steun mag de in bijlage II vastgestelde maximale steunpercentages niet overschrijden.