Art. 264 Verordening (EU) nr. 575/2013, Kredietrisicolimitering voor securitisatieposities in het kader van de IRB-benadering
1. Indien risicogewogen posten worden berekend met gebruikmaking van de op ratings gebaseerde methode, mag de blootstellingswaarde of het risicogewicht van een securitisatiepositie ten aanzien waarvan kredietprotectie is verkregen, worden gewijzigd overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk 4 die met het oog op de berekening van risicogewogen posten overeenkomstig hoofdstuk 2 van toepassing zijn.
2. In geval van volledige kredietprotectie zijn, als de risicogewogen posten worden berekend met gebruikmaking van de benadering met toezichthoudersformule, de volgende vereisten van toepassing:
a) de instelling bepaalt het effectieve risicogewicht van de positie. Zij doet dit door de risicogewogen post voor de positie door de blootstellingswaarde van de positie delen en de uitkomst met 100 te vermenigvuldigen;
b) in geval van volgestorte kredietprotectie wordt de risicogewogen post van de securitisatiepositie berekend door de voor de volgestorte protectie gecorrigeerde blootstellingswaarde van de positie (E*), als berekend overeenkomstig hoofdstuk 4 met het oog op de berekening van risicogewogen posten overeenkomstig hoofdstuk 2, waarbij E het bedrag van de securitisatiepositie weergeeft, te vermenigvuldigen met het effectieve risicogewicht;
c) in geval van niet-volgestorte kredietprotectie wordt de risicogewogen post van de securitisatiepositie berekend door het bedrag van de protectie, gecorrigeerd voor enige valutamismatch en enige looptijdmismatch (GA) overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk 4, te vermenigvuldigen met het risicogewicht van de protectiegever, en dit vervolgens op te tellen bij het bedrag dat wordt verkregen door het bedrag van de securitisatiepositie minus GA, te vermenigvuldigen met het effectieve risicogewicht.
3. In geval van gedeeltelijke kredietprotectie zijn, als de risicogewogen posten worden berekend door de benadering met toezichthoudersformule toe te passen, de volgende vereisten van toepassing:
a) indien de kredietrisicolimitering het eerste verlies of de verliezen op de securitisatiepositie op proportionele basis dekt, mag de instelling lid 2 toepassen;
b) in de overige gevallen behandelt de instelling de securitisatiepositie als twee of meer posities, waarbij het ongedekte gedeelte als de positie met de laagste kredietkwaliteit wordt beschouwd. Met het oog op de berekening van de risicogewogen post voor deze positie zijn de bepalingen in artikel 262 van toepassing, onder voorbehoud van de aanpassing van T aan e* in geval van volgestorte kredietprotectie; en aan T-g in geval van niet-volgestorte kredietprotectie, waarbij e* de verhouding weergeeft tussen E* en het totale notionele bedrag van de onderliggende pool, E* de aangepaste waarde is van de securitisatiepositie, berekend overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk 4 die met het oog op de berekening van risicogewogen posten overeenkomstig hoofdstuk 2 van toepassing zijn, E het bedrag van de securitisatiepositie weergeeft; en g de ratio weergeeft van het nominale bedrag van de kredietprotectie, gecorrigeerd voor enige valutamismatch of enige looptijdmismatch overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk 4 en de som van de posten van de gesecuritiseerde blootstellingen. In geval van niet-volgestorte kredietprotectie wordt op het gedeelte van de positie dat niet onder de aangepaste waarde van T valt, het risicogewicht van de protectiegever toegepast.
4. Indien, in geval van niet-volgestorte kredietprotectie, de bevoegde autoriteiten de instelling toestemming hebben verleend voor de berekening van risicogewogen posten voor vergelijkbare rechtstreekse blootstellingen met betrekking tot de protectiegever in overeenstemming met hoofdstuk 3, wordt het risicogewicht g van blootstellingen met betrekking tot de protectiegever overeenkomstig artikel 235 bepaald zoals gespecificeerd in hoofdstuk 3.