Art. 269 Verordening (EU) nr. 575/2013, Gebruik van kredietbeoordelingen

Verordening (EU) nr. 575/2013

1. Een instelling kan een of meer EKBI's aanwijzen als de EKBI's waarvan zij de kredietbeoordelingen zal gebruiken bij de berekening van haar risicogewogen posten overeenkomstig dit hoofdstuk (‧aangewezen EKBI‧).

2. Een instelling gebruikt de kredietbeoordelingen consistent en niet selectief ten aanzien van haar securitisatieposities, overeenkomstig de volgende beginselen:

a) een instelling mag geen gebruik maken van de kredietbeoordelingen door de ene EKBI ten aanzien van haar posities in bepaalde tranches en van de kredietbeoordelingen door een andere EKBI voor haar posities in andere tranches binnen dezelfde securitisatie waarvoor al dan niet een rating door de eerstgenoemde EKBI beschikbaar is;

b) indien ten aanzien van een positie twee kredietbeoordelingen door aangewezen EKBI's beschikbaar zijn, past de instelling de minst gunstige kredietbeoordeling toe;

c) indien ten aanzien van een positie meer dan twee kredietbeoordelingen door aangewezen EKBI's beschikbaar zijn, zijn de twee gunstigste kredietbeoordelingen van toepassing. Indien de twee gunstigste kredietbeoordelingen verschillend zijn, is de minst gunstige van beide van toepassing;

d) een instelling mag niet actief op het intrekken van minder gunstige ratings aandringen.

3. Indien kredietprotectie die krachtens hoofdstuk 4 toelaatbaar is rechtstreeks aan de SSPE wordt verstrekt, en die protectie tot uitdrukking komt in de kredietbeoordeling van een positie door een aangewezen EKBI, kan het risicogewicht worden gebruikt dat met die kredietbeoordeling is verbonden. Indien de protectie krachtens hoofdstuk 4 niet toelaatbaar is, wordt de kredietbeoordeling niet erkend. Indien de kredietprotectie niet aan de SSPE wordt verstrekt, maar rechtstreeks op een securitisatiepositie wordt toegepast, wordt de kredietbeoordeling niet erkend.

Vorige artikelen

Volgende artikelen