Art. 262 Verordening (EU) nr. 575/2013, Benadering met toezichthoudersformule
1. In het kader van de benadering met toezichthoudersformule wordt het risicogewicht voor een securitisatiepositie berekend als volgt, met dien verstande dat het risicogewicht niet lager mag zijn dan 20 % voor hersecuritisatieposities en niet lager dan 7 % voor alle overige securitisatieposities:
waarbij:
S[x] =
x,
wanneer x ≤ K IRBR
wanneer x > K IRBR
waarbij:
τ= 1 000;
ω= 20;
Beta [x; a, b]= de cumulatieve kansdichtheidsfunctie van de betadistributie met de parameters a en b, berekend in het punt x;
T= de omvang van de tranche waarin de positie wordt gehouden, gemeten als de verhouding tussen a) het nominale bedrag van de tranche en b) de som van de nominale bedragen van de gesecuritiseerde blootstellingen. Voor in bijlage II opgenomen derivaten wordt in plaats van het nominale bedrag gebruik gemaakt van de som van de actuele vervangingswaarde en het potentiële toekomstige kredietrisico, berekend overeenkomstig hoofdstuk 6;
KIRBR = de verhouding tussen a) KIRB en b) de som van de waarde van de gesecuritiseerde blootstellingen, uitgedrukt in decimalen;
L= het kredietverbeteringsniveau, gemeten als de verhouding tussen het nominale bedrag van alle tranches die achtergesteld zijn bij de tranche waarin de positie wordt gehouden en de som van de nominale bedragen van de gesecuritiseerde blootstellingen. Gekapitaliseerde toekomstige inkomsten worden niet in de meting van L betrokken. Door tegenpartijen verschuldigde bedragen in verband met in bijlage II vermelde derivaten die tranches van een lagere rangorde vertegenwoordigen dan de betrokken tranche, kunnen bij de berekening van het niveau van de kredietverbetering tegen hun actuele vervangingswaarde worden berekend, exclusief de potentiële toekomstige kredietrisico's;
N= het effectieve aantal blootstellingen, berekend overeenkomstig artikel 261. In geval van hersecuritisaties neemt de instelling het aantal gesecuritiseerde blootstellingen in de pool in aanmerking, en niet het aantal onderliggende blootstellingen in de oorspronkelijke pools waar de onderliggende gesecuritiseerde blootstellingen uit voortkomen;
ELGD= het risicogewogen gemiddelde verlies bij wanbetaling, als volgt berekend:
waarbij:
LGDi = het gemiddelde LGD dat verbonden is met alle blootstellingen met betrekking tot de i-de debiteur, waarbij LGD overeenkomstig hoofdstuk 3 wordt bepaald. In geval van hersecuritisatie wordt op de gesecuritiseerde posities een LGD van 100 % toegepast. Indien wanbetalings- en verwateringsrisico voor gekochte kortlopende vorderingen in een securitisatie op geaggregeerde wijze worden behandeld, wordt de input van LGDi geconstrueerd als een gewogen gemiddelde van het LGD voor kredietrisico en 75 % van het LGD voor verwateringsrisico. De risicogewichten zijn de afzonderlijke eigenvermogensvereisten voor respectievelijk het kredietrisico en het verwateringsrisico.
2. Indien het nominale bedrag van de grootste gesecuritiseerde blootstelling, C1, niet hoger is dan 3 % van de som van het nominale bedrag van de gesecuritiseerde blootstellingen, mag de instelling in het kader van de benadering met toezichthoudersformule bepalen dat LGD, in het geval van securitisaties die geen hersecuritisaties zijn, gelijk is aan 50 % en dat N hetzij gelijk is aan:
waarbij:
Cm
=
de verhouding tussen de som van de nominale bedragen van de grootste ‧m‧-blootstellingen en de som van de nominale bedragen van de gesecuritiseerde blootstellingen. Het niveau van ‧m‧ mag door de instelling worden bepaald.
Voor securitisaties waarbij in wezen alle gesecuritiseerde blootstellingen blootstellingen met betrekking tot particulieren en kleine partijen zijn, kunnen de instellingen, met toestemming van de bevoegde autoriteit, de benadering met toezichthoudersformule toepassen met gebruikmaking van de vereenvoudigingen h=0 en v=0, mits het effectieve aantal blootstellingen niet laag is en de blootstellingen niet sterk geconcentreerd zijn.
3. De bevoegde autoriteiten houden de EBA op de hoogte van het gebruik dat instellingen maken van het lid 2. De EBA houdt toezicht op de diverse praktijken op dit gebied en vaardigt richtsnoeren uit overeenkomstig artikel 16 van Verordening (EU) nr. 1093/2010.
4. Kredietrisicolimitering ten aanzien van securitisatieposities kan overeenkomstig artikel 264, leden 2 tot en met 4, worden erkend, met inachtneming van het bepaalde in artikel 247.