Art. 263 Verordening (EU) nr. 575/2013, Liquiditeitsfaciliteiten
1. Voor het bepalen van de blootstellingswaarde van een securitisatiepositie zonder rating in de vorm van voorschotfaciliteiten kan een omrekeningsfactor van 0 % worden toegepast op het nominale bedrag van een liquiditeitsfaciliteit die voldoet aan de in artikel 255, lid 2, gestelde voorwaarden.
2. Indien het voor een instelling niet mogelijk is de risicogewogen posten voor de gesecuritiseerde blootstellingen te berekenen alsof zij niet gesecuritiseerd waren, kan zij bij wijze van uitzondering en mits de bevoegde autoriteiten daartoe toestemming hebben verleend, tijdelijk de in lid 3 beschreven methode toepassen voor de berekening van risicogewogen posten voor een securitisatiepositie zonder rating in de vorm van een liquiditeitsfaciliteit die voldoet aan de in artikel 255, lid 1, gestelde voorwaarden. De instellingen stellen de bevoegde autoriteiten in kennis van het gebruik dat zij van de eerste zin maken alsook van hun motivering en de voorgenomen periode van gebruik.
De berekening van risicogewogen posten wordt in het algemeen geacht niet mogelijk te zijn indien de instelling niet in de gelegenheid is een afgeleide rating te gebruiken en de internebeoordelingsbenadering en de benadering met toezichthoudersformule toe te passen.
3. Het hoogste risicogewicht dat overeenkomstig hoofdstuk 2 op een van de gesecuritiseerde blootstellingen zou worden toegepast als zij niet gesecuritiseerd waren, mag worden toegepast op de securitisatiepositie in de vorm van een liquiditeitsfaciliteit die voldoet aan de in artikel 255, lid 1, gestelde voorwaarden. Voor het bepalen van de blootstellingswaarde van de positie wordt een omrekeningsfactor van 100 % toegepast.