Art. 259 Verordening (EU) nr. 575/2013, Rangorde van methoden

Verordening (EU) nr. 575/2013

1. De instellingen gebruiken de methoden overeenkomstig de volgende rangorde:

a) voor een positie met rating of een positie ten aanzien waarvan een afgeleide rating mag worden gebruikt, wordt de risicogewogen post berekend door de in de artikel 261 beschreven op ratings gebaseerde methode toe te passen;

b) voor een positie zonder rating mag de instelling de in artikel 262 beschreven benadering met toezichthoudersformule toepassen indien zij in staat is ramingen te maken van PD, en in voorkomend geval van de blootstellingswaarde en van LGD als inputs voor de benadering met toezichthoudersformule conform de vereisten voor de raming van die parameters in het kader van de interneratingbenadering overeenkomstig afdeling 3. Een instelling die geen initiërende instelling is, mag de benadering met toezichthoudersformule slechts toepassen met de voorafgaande toestemming van de bevoegde autoriteiten; die goedkeuring wordt slechts verleend als de instelling de in de eerste zin van dit punt gestelde voorwaarde vervult;

c) als alternatief voor punt b) en enkel voor posities zonder rating in ABCP-programma's mag de instelling de in lid 4 beschreven internebeoordelingsbenadering toepassen mits de bevoegde autoriteiten haar daartoe toestemming hebben verleend;

d) in alle andere gevallen wordt aan securitisatieposities zonder rating een risicogewicht van 1 250 % toegekend;

e) niettegenstaande punt d), en met de voorafgaande toestemming van de bevoegde autoriteiten, mag een instelling voor een positie zonder rating in een ABCP-programma het risicogewicht overeenkomstig artikel 253 of artikel 254 berekenen mits de positie zonder rating niet in commercial paper is opgenomen en valt binnen de werkingssfeer van een internebeoordelingsbenadering waarvoor toestemming is aangevraagd. De onder deze uitzonderingsbepaling vallende geaggregeerde-blootstellingswaarden zijn niet substantieel en bedragen in ieder geval minder dan 10 % van de geaggregeerde-blootstellingswaarden die door de instelling worden behandeld in het kader van de internebeoordelingsbenadering. De instelling maakt hiervan niet langer gebruik als de toestemming voor de desbetreffende internebeoordelingsbenadering wordt geweigerd.

2. Voor het gebruiken van afgeleide ratings kent een instelling aan een positie zonder rating een intern afgeleide kredietbeoordeling toe die gelijk is aan de kredietbeoordeling van een referentiepositie met een rating van de hoogste rang welke in alle opzichten is achtergesteld bij de betrokken securitisatiepositie zonder rating en aan alle volgende voorwaarden voldoet:

a) de referentieposities zijn in alle opzichten achtergesteld bij de securitisatiepositie zonder rating;

b) de looptijd van de referentieposities is gelijk aan of langer dan die van de betrokken positie zonder rating;

c) alle afgeleide ratings worden voortdurend geactualiseerd om rekening te houden met alle wijzigingen in de kredietbeoordeling van de referentieposities.

3. De bevoegde autoriteiten verlenen aan instellingen toestemming om de in lid 4 beschreven internebeoordelingsbenadering toe te passen als alle volgende voorwaarden vervuld zijn:

a) de posities in het commercial paper dat in het kader van het ABCP-programma is uitgegeven, zijn posities met rating;

b) de interne beoordeling van de kredietkwaliteit van de positie is in overeenstemming met de voor het publiek toegankelijke beoordelingsmethode die door een of meer EKBI's wordt toegepast voor de opstelling van ratings met betrekking tot effecten die worden gedekt door blootstellingen van het gesecuritiseerde type;

c) de EKBI's waarvan de methode wordt toegepast zoals voorgeschreven in punt b), omvatten tevens EKBI's die een externe rating hebben vastgesteld voor het in het kader van het ABCP-programma uitgegeven commercial paper. De kwantitatieve elementen - zoals stressfactoren - die bij de toekenning van een bepaalde kredietkwaliteit aan de positie worden gebruikt, zijn tenminste even voorzichtig als die welke worden toegepast in het kader van de relevante beoordelingsmethode van de betrokken EKBI's;

d) bij de ontwikkeling van haar interne beoordelingsmethode neemt de instelling relevante bekendgemaakte beoordelingsmethoden in aanmerking welke worden toegepast door de EKBI's die het commercial paper van het ABCP-programma van een kredietbeoordeling voorzien. Deze inaanmerkingneming wordt door de instelling in documentatie vastgelegd en regelmatig geactualiseerd, als beschreven in punt g);

e) de internebeoordelingsmethode van de instelling omvat beoordelingsgraden. Er is overeenstemming tussen deze beoordelingsgraden en de kredietbeoordelingen door EKBI's. Deze overeenstemming wordt expliciet in documentatie vastgelegd;

f) de internebeoordelingsmethode wordt in het kader van de interne risicobeheerprocessen van de instelling gebruikt, met inbegrip van de door haar toegepaste procedures inzake besluitvorming, managementinformatie en interne kapitaalallocatie;

g) interne of externe accountants, een EKBI of de interne kredietbeoordelings- of risicobeheerfunctie van de instelling stellen regelmatig een onderzoek in naar het interne beoordelingsproces en de kwaliteit van de interne beoordelingen van de kredietkwaliteit van de blootstellingen van de instelling in een ABCP-programma. Indien de interne accountants-, kredietbeoordelings- of risicobeheerfuncties van de instelling dit onderzoek uitvoeren, dan zijn deze functies onafhankelijk van het voor het ABCP-programma verantwoordelijke bedrijfsonderdeel, alsook van het bedrijfsonderdeel dat verantwoordelijk is voor de relatie met de cliënten;

h) de instelling houdt de resultaten van haar interne ratings in de tijd bij om haar internebeoordelingsmethode te evalueren en past die methode zo nodig aan wanneer de prestaties van de blootstellingen regelmatig afwijken van die welke in de interne ratings zijn vermeld;

i) het ABCP-programma bevat overnemingsnormen in de vorm van krediet- en beleggingsrichtsnoeren. Bij zijn beslissing over de aankoop van een activum onderzoekt de ABCP-programmabeheerder het type activum dat wordt gekocht, de soort en de geldelijke waarde van de blootstellingen die uit het verstrekken van liquiditeitsfaciliteiten en kredietverbeteringen voortvloeien, de verdeling van verliezen en de juridische en economische scheiding van de overgedragen activa van de entiteit die deze activa verkoopt. Er wordt een kredietanalyse van het risicoprofiel van de verkoper van de activa uitgevoerd, die tevens een onderzoek omvat naar de vroegere en te verwachten financiële prestaties, de actuele marktpositie, het verwachte concurrentievermogen in de toekomst, de hefboomfinanciering, de kasstromen, de rentedekking en de schuldrating. Bovendien wordt een onderzoek uitgevoerd naar de overnemingsnormen van de verkoper, zijn vermogen om schulden af te lossen en zijn inningsprocessen;

j) in de overnemingsnormen van het ABCP-programma worden minimale toelaatbaarheidscriteria voor activa vastgesteld waarbij met name:

i) de aankoop van activa waarvoor er sprake is van een aanzienlijke betalingsachterstand of van wanbetaling, wordt uitgesloten;

ii) een al te sterke concentratie op een individuele debiteur of geografisch gebied wordt tegengegaan;

iii) de looptijd van de te kopen activa wordt beperkt;

k) het ABCP-programma beschikt over inningsstrategieën en -processen die rekening houden met de operationele capaciteit en kredietkwaliteit van de beheerder. Het ABCP-programma beperkt het risico betreffende de prestaties van de verkoper en de beheerder aan de hand van uiteenlopende methoden, zoals reactiemechanismen op basis van de actuele kredietkwaliteit waardoor een vermenging van middelen kan worden voorkomen;

l) bij de totale raming van verliezen op een pool van activa die het ABCP-programma overweegt te kopen, wordt met alle bronnen van potentiële risico's, zoals krediet- en verwateringsrisico, rekening gehouden. Indien het niveau van de door de verkoper geboden kredietverbetering uitsluitend is gebaseerd op kredietgerelateerde verliezen, dan moet een aparte reserve worden ingesteld voor verwateringsrisico indien dit verwateringsrisico van wezenlijk belang is voor de specifieke pool van blootstellingen. Bovendien onderzoekt het programma, met het oog op de vaststelling van het vereiste niveau van kredietverbetering, de historische gegevens van meerdere jaren welke onder meer betrekking hebben op verliezen, betalingsachterstanden, verwatering en de omlooptijd van kortlopende vorderingen;

m) het ABCP-programma zorgt ervoor dat de aankoop van blootstellingen structurele kenmerken, zoals afbouwmechanismen, bevat om de potentiële kredietverslechtering van de onderliggende portefeuille tegen te gaan.

4. In het kader van de internebeoordelingsbenadering wordt de positie zonder rating door de instelling in een van de in lid 3, punt e), beschreven ratingklassen ondergebracht. Aan deze positie wordt dezelfde afgeleide rating toegekend als aan de kredietbeoordelingen die met die ratingklasse overeenstemmen als bepaald in lid 3, punt e). Indien deze afgeleide rating bij de aanvang van de securitisatie een niveau heeft van investeringswaardig of hoger, wordt deze rating voor de berekening van risicogewogen posten op één lijn gesteld met een erkende kredietbeoordeling door een EKBI.

5. De instellingen die toestemming hebben gekregen om de internebeoordelingsbenadering toe te passen, grijpen niet terug op andere methoden, tenzij alle volgende voorwaarden vervuld zijn:

a) de instelling heeft ten genoegen van de bevoegde autoriteit aangetoond dat de instelling daartoe goede gronden heeft;

b) de instelling heeft de voorafgaande toestemming van de bevoegde autoriteit ontvangen.

Vorige artikelen

Volgende artikelen