Art. 17 Verordening (EU) nr. 347/2013, Rapportering en evaluatie
Uiterlijk in 2017 publiceert de Commissie een verslag over de tenuitvoerlegging van de projecten van gemeenschappelijk belang en legt zij dit voor aan het Europees Parlement en de Raad. In dit verslag wordt een evaluatie gegeven van:
a) de voortgang die is bereikt bij de planning, ontwikkeling, bouw en ingebruikname van de overeenkomstig artikel 3 geselecteerde projecten van gemeenschappelijk belang en, wanneer relevant, de eventuele vertragingen bij de tenuitvoerlegging en de andere ondervonden moeilijkheden;
b) de financiële middelen die voor projecten van gemeenschappelijk belang door de Unie zijn vastgelegd en uitgekeerd, afgemeten aan de totale waarde van de gefinancierde projecten van gemeenschappelijk belang;
c) wat de elektriciteits- en gassector betreft, de ontwikkeling van het interconnectieniveau tussen de lidstaten, de daarmee verband houdende ontwikkeling van de energieprijzen, alsook het aantal keren dat het netwerksysteem heeft gefaald, de redenen daarvan en de desbetreffende economische kosten;
d) wat de vergunningverlening en inspraak van het publiek betreft:
i) de gemiddelde en maximale totale duur van de vergunningverleningsprocessen voor projecten van gemeenschappelijk belang, met inbegrip van de duur voor elke stap van de procedure voor de aanvraag, vergeleken met het tijdschema dat voorzien was in het oorspronkelijke schema van grote mijlpalen als bedoeld in artikel 10, lid 4;
ii) het niveau van de tegenstand tegen projecten van gemeenschappelijk belang (met name het aantal ingediende bezwaarschriften gedurende het openbare raadplegingsproces, het aantal wettelijke beroepsprocedures);
iii) een overzicht van de beste en innovatieve praktijken met betrekking tot de betrokkenheid van belanghebbenden en beperking van milieuschade tijdens de vergunningverleningsprocessen en de uitvoering van projecten;
iv) de effectiviteit van de in artikel 8, lid 3, bedoelde regelingen inzake de naleving van de in artikel 10 vastgestelde termijnen.
e) de behandeling op regelgevingsgebied, en in het bijzonder:
i) het aantal projecten van gemeenschappelijk belang waarvoor een besluit betreffende de grensoverschrijdende kostentoewijzing overeenkomstig artikel 12 is vastgesteld;
ii) het aantal en het type projecten van gemeenschappelijk belang waaraan specifieke stimulansen overeenkomstig artikel 13 zijn verleend.
f) de doeltreffendheid van deze verordening bij het helpen verwezenlijken van de in 2014 en 2015 te bereiken doelstellingen inzake marktintegratie, van de klimaat- en energiedoelstellingen voor 2020 en — op langere termijn — van het streven om in 2050 een koolstofarme economie te realiseren.