Art. 115 Richtlijn 2013/36/EU, Coördinatie- en samenwerkingsregelingen
1. Om doeltreffend toezicht te faciliteren en tot stand te brengen, beschikken de consoliderende toezichthouder en de andere bevoegde autoriteiten over schriftelijk vastgelegde coördinatie- en samenwerkingsregelingen.
Daarin kan zijn geregeld dat de consoliderende toezichthouder extra taken krijgt, en kunnen de procedures voor de besluitvorming en voor de samenwerking met andere bevoegde autoriteiten zijn vastgelegd.
2. De bevoegde autoriteiten die vergunning hebben verleend aan de dochteronderneming van een moederonderneming die een instelling is, kunnen bij bilaterale overeenkomst en overeenkomstig artikel 28 van Verordening (EU) nr. 1093/2010 hun toezichtsverantwoordelijkheden overdragen aan de bevoegde autoriteiten die vergunning hebben verleend aan en toezicht uitoefenen op de moederonderneming, opdat deze autoriteiten het toezicht op de dochteronderneming overeenkomstig deze richtlijn op zich nemen. De EBA wordt op de hoogte gebracht van het bestaan en de inhoud van dergelijke overeenkomsten. Zij licht de bevoegde autoriteiten van de overige lidstaten en het Europees Comité voor het bankwezen hierover in.