Art. 114 Richtlijn 2013/36/EU, Informatievereisten in noodsituaties
1. Indien zich een noodsituatie voordoet, met inbegrip van een situatie als omschreven in artikel 18 van Verordening (EU) nr. 1093/2010, of een situatie van ongunstige ontwikkelingen op de markten, die de liquiditeit van de markt en de stabiliteit van het financiële stelsel kan ondermijnen in een van de lidstaten waar aan entiteiten van een groep vergunning is verleend of significante bijkantoren als bedoeld in artikel 51 zijn gevestigd, waarschuwt de consoliderende toezichthouder, met inachtneming van hoofdstuk 1, afdeling 2, en, indien van toepassing, de artikelen 54 en 58 van Richtlijn 2004/39/EG, zo spoedig mogelijk de EBA en de in artikel 58, lid 4, en artikel 59 bedoelde autoriteiten en deelt hij alle informatie mee die voor de uitoefening van hun taken van essentieel belang is. Deze verplichtingen gelden voor alle bevoegde autoriteiten.
Indien een centrale bank van het ESCB kennis krijgt van een situatie als beschreven in deze alinea, waarschuwt zij zo spoedig mogelijk de in artikel 112 bedoelde bevoegde autoriteiten en de EBA.
Indien mogelijk gebruiken de bevoegde autoriteit en de in artikel 58, lid 4, bedoelde autoriteit de bestaande communicatiekanalen.
2. Indien de consoliderende toezichthouder informatie nodig heeft die al aan een andere bevoegde autoriteit is verstrekt, treedt hij zo mogelijk met deze autoriteit in contact zodat de andere bij het toezicht betrokken autoriteiten niet tweemaal worden geïnformeerd.