Art. 119 Richtlijn 2013/36/EU, Betrekken van holdings in het toezicht op geconsolideerde basis

Richtlijn 2013/36/EU

1. De lidstaten stellen de maatregelen vast die, in voorkomend geval, nodig zijn om financiële holdings en gemengde financiële holdings in het geconsolideerde toezicht te betrekken.

2. Indien een dochteronderneming die een instelling is, niet in het toezicht op geconsolideerde basis is betrokken op grond van een van de in artikel 19 van Verordening (EU) nr. 575/2013 bedoelde gevallen, kunnen de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar deze dochteronderneming gelegen is, van de moederonderneming informatie verlangen om de uitoefening van het toezicht op deze dochteronderneming te vergemakkelijken.

3. De lidstaten stellen hun bevoegde autoriteiten en die met het toezicht op geconsolideerde basis zijn belast, in staat om van de dochterondernemingen van een instelling, een financiële holding of een gemengde financiële holding die niet onder het toezicht op geconsolideerde basis vallen, de in artikel 122 bedoelde informatie kunnen verlangen. In dat geval zijn de in dat artikel bepaalde procedures voor het toezenden en het controleren van de informatie van toepassing.